Concertgebouw de Doelen, Jurriaanse Zaal, 20:15 uur

Artemis Quartet

Vineta Sareika
Anthea Kreston
viool
Gregor Sigl altviool
Eckart Runge cello
Leoš Janáček (1854 – 1928) Strijkkwartet nr. 1 ‘Kreutzersonate’ (1923)
  Adagio: Con moto
Con moto
Con moto: Vivace-Andante
Con moto: Adagio
Ludwig van Beethoven (1770-1827) Strijkkwartet nr. 7 in F opus 59 nr. 1 ‘Rasoemovski’ (1806)
  Allegro
Allegretto vivace e sempre scherzando
Adagio molto e mesto
Thème russe: Allegro
pauze  
Edvard Grieg (1843-1907) Strijkkwartet in g opus 27 (1877-78)
  Un poco andante-Allegro molto ed agitato
Romanze: Andantino-Allegro agitato
Intermezzo: Allegro molto marcato-Allegro agitato
Finale: Lento-Presto al saltarello

Artemis Kwartet

Het Artemis Kwartet heeft zijn thuisbasis in Berlijn en werd opgericht in 1989 aan de Lübeckse Musikhochschule toen de leden nog studeerden. Als mentor van het kwartet traden onder meer op Walter Levin, het Emerson, het Juilliard en het Alban Berg Kwartet. Sinds het Artemis Kwartet in 1994 professioneel optreedt is het een van de vooraanstaande ensembles van zijn generatie geworden. Het sleepte de eerste prijs in de wacht bij het ARD Wettbewerb in 1996 en kort daarna de Premio Borciani, waarna de internationale doorbraak volgde. Maar het Artemis Kwartet studeerde verder en verbleef een jaar bij het Alban Berg Kwartet in Wenen in 1998 en drie maanden in de Residenz van het Berlijnse Wissenschaftskolleg. Met het debuut in de Berlijnse Philharmonie in 1999 begon het kwartet zijn carrière officieel. Met de komst van Gregor Sigl en Friedemann Weigle
in juli 2007 brak voor het kwartet de tijd aan van een nieuwe formatie, met optredens in de Salzburger Festspielen, de Schubertiade Schwarzenberg, het Rheingau Musik Festival en Septembre Musical Montreux-Vevey. Naast wereldwijde optredens zijn de musici sinds 2005 nog docent kamermuziek aan de Universität der Künste in Berlijn en gastdocent aan de Chapelle Reine Elisabeth in Brussel. Het repertoire van het Artemis Kwartet loopt van de Weense Klassieken tot hedendaags.
Het Artemis Kwartet programmeert in diverse concertzalen eigen series van kamermuziek, zo sinds 2004 in de Berliner Philharmonie, sinds 2011 in het Wiener Konzerthaus (samen met het Belcea Quartet) en vanaf komend seizoen in het Prinzregententheater in München.
De cd-opname door het Artemis Kwartet van kwartetten van Mendelssohn uit 2014
ontving een ECHO Klassik, en de aan de overleden altviolist Friedemann Weigle opgedragen opname van kwartetten van Brahms werd bekroond met de Preis der deutschen Schallplattenkritik.
Naast hun concertpraktijk zijn de vier musici actief als docenten aan de Universität der Künste in Berlijn en de Chapelle Musicale Reine Elisabeth in Brussels. Na de tragische dood van Friedemann Weigle in juli 2015 heeft het Artemis Kwartet sinds begin dit jaar een nieuwe samenstelling met Anthea Kreston als tweede violiste, en Gregor Sigl als altviolist.

Een vrouwvriendelijk protest

Wie ooit de prachtige film The unbearable lightness of being van Phillip Kaufman heeft gezien, heeft bewust of onbewust muziek van Leoš Janáček gehoord. Pregnante thema’s, intiem gefluister en heftige uitroepen in Janáčeks muziek begeleiden dromerige maar indringende beelden van vreugde en pijn in de liefde. Met zijn muziekstijl geïnspireerd door natuurgeluiden en de menselijke spraak, zit Janáček zijn luisteraars voortdurend op de huid en knaagt hij aan hun ziel. Dat is ook het geval bij zijn Eerste strijkkwartet (1923), een van de meest zinderende strijkkwartetten van de twintigste eeuw. Met dit werk schreef Janáček een hartstochtelijk protest tegen vrouw-onvriendelijk gedrag. De opdracht voor het kwartet kwam van het Boheems Strijkkwartet.

Het lijkt alsof Janáček witheet van woede was toen hij dit kwartet in een week tijd op papier stortte. Zijn inspiratiebron was Leo Tolstojs novelle Kreutzer Sonata (1889), een verhaal over een mislukt huwelijk, over jaloezie, vreemdgaan en moord, over de destructieve krachten van de hartstocht.
‘Wat ik in mijn hoofd had was het lijden van een passieve slaafse vrouw die wordt geslagen en dood gemarteld’, schreef Janáček in een brief uit 1924. De vorm, weliswaar klassiek vierdelig, is opvallend vrij en lijkt persoonlijke symboliek te hebben. De Amerikaanse muziekcriticus Paul Griffiths schreef in 1989: ‘Het leven is niet netjes verdeeld in scherzo's en langzame delen. Het werk is doordrenkt van elementen van dansende levenslust en hartstochtelijke zang. De instrumenten lijken gefrustreerd door de grenzen van hun vermogen tot communicatie, zoals partners in een mislukt huwelijk.’ De eerste uitvoering was door het Boheems Strijkkwartet in Praag op 14 oktober 1924.

Autobiografie in tonen?

Een van de grote verdiensten van Haydns kortstondige leerling Beethoven is geweest, dat hij het genre van het strijkkwartet geleidelijk ontdeed van zijn hoflucht, het vriendelijke, hoofse en onderhoudende karakter, dat er gewoonlijk van verwacht werd.
De serie Strijkkwartetten opus 59 behoort samen met de strijkkwartetten van opus 74 en 95 tot Beethovens midden-periode en gelden sinds hun ontstaan als de meest gespeelde werken uit het genre. De drie kwartetten opus 59 ontstonden op verzoek van de Russische ambassadeur in Wenen, graaf Andrej Rasoemovski, die bij Beethoven enkele werken met Russische thema’s bestelde. Ook andere werken droeg Beethoven aan deze trouwe geldschieter op, zoals de Vijfde en Zesde symfonie. Maar aan de geldelijke steun kwam een eind toen een groot deel van de bezittingen van de graaf in vlammen opging in december 1814. Deze kwartetten worden wel eens beschouwd als een soort autobiografie van de componist, waarin hij zijn bitterheid en talrijke nederlagen samenvatte.

Op het bezonken eerste deel van het groots opgezette, magistrale Strijkkwartet nr. 7 in F opus 59 nr.1 volgt misschien wel het meest geniale scherzo dat Beethoven ooit geschreven heeft. Hier is sprake van een wilde, demonische humor die voortraast in een adembenemende vaart als een wervelend perpetuum mobile. Het Adagio, een van de smartelijkste langzame delen uit Beethovens pen, gaat via een virtuoze cadens voor de eerste viool zonder onderbreking over in de Finale, die gebaseerd is op een Russische melodie.

Echo’s van het leven

Het eerste overgeleverde en enige compleet bewaarde Strijkkwartet in g opus 27 van Edvard Grieg heeft naar Griegs eigen zeggen een autobiografische achtergrond. Grieg schreef het werk in de jaren 1877-1878 in het componeerhuisje dat hij voor zichzelf gebouwd had in Lofthus. In die verbleef hij er zonder zijn vrouw Nina, omdat hun verhouding een moeilijke periode beleefde. Grieg gebruikte als basis van het kwartet een lied dat hij schreef op woorden van Henryk Ibsen. Daarin is een man gescheiden van zijn geliefde. Hij mijmert op een zomeravond langs de waterkant en fantaseert over een watergeest die zijn geliefde bij hem terugbrengt. De liedmelodie leverde het motto-achtige thema in de langzame inleiding en in veranderde gedaante als tweede thema in het aansluitende Allegro molto. Hetzelfde thema, dat Grieg ook gebruikte aan het begin van zijn Pianoconcert, keert regelmatig terug in de loop van het kwartet en geeft het zo cyclische samenhang. Het langzame tweede deel, Romanze, wordt onderbroken door het thema, het derde deel, Intermezzo, begint ermee. En ook de langzame inleiding van het laatste deel maakt er gebruik van. Daarna barst de Finale los in een snelle springdans die uitmondt in optimistisch G-groot. Het lijkt er op dat de watergeest zijn werk gedaan heeft.

Clemens Romijn


volgend concert: dinsdag 12 april 2016
Pavel Haas Kwartet & Boris Giltburg
Prokofjev, Sjostakovitsj en Dvořák