Jurriaanse Zaal van Concertgebouw de Doelen te Rotterdam om 20.15 uur
met in het voorprogramma om 19:30 uur het MAAS Ensemble

Sitkovetsky Piano Trio

Alexander Sitkovetsky, viool
Danjulo Ishizaka, cello
Wu Qian, piano

Joseph Haydn (1732-1809): Pianotrio in C Hob.XV:27 1795
Allegro
Andante
Finale: Presto

Camille Saint-Saëns (1835-1921): Pianotrio nr.2 in e opus 92 (1892)
Allegro non troppo
Allegretto
Andante con moto
Grazioso, poco allegro
Allegro

Joaquín Turina (1882-1949): Pianotrio nr.2 in b opus 76 (1933)
Lento
Molto vivace
Lento

Maurice Ravel (1875-1937): Pianotrio in a (1914)
Modéré
Pantoum
Passacaille
Final: Animé

Sitkovetsky Piano Trio

Het Sitkovetsky Piano Trio is eerste prijswinnaar van de International Commerzbank Chamber Music Award 2008 en winnaar van de NORDMETALL Chamber Music Award van het Mecklenburg Vorpommern Festival in 2009. De drie musici ontmoetten elkaar op de Yehudi Menuhin School in Londen en richtten hun pianotrio op in 2007. Ze wonnen de Philharmonia-Martin Chamber Music Award, de Kirckman Society Award, de Tillett Trust, en worden ondersteund door de Hattori Foundation, de Fidelio Trust, de Music Benevolent Fund en de Swiss Global Artistic Foundation. In seizoen 2007-2008 had het Sitkovetsky Piano Trio een Junior Fellowship aan de Royal Academy of Music in Londen, en tussen 2008 en 2010 ontving het een Golubovich Fellowship en een Richard Cairnes Junior Fellowship voor kamermuziek van het Trinity College of Music, resulterend in vele uitvoeringen aan het College en elders in Londen en Groot-Brittannië. Het Sitkovetsky Piano Trio was Trio in Residence bij de Kamermuziekweek van het Mecklenburg Vorpommern Festival en speelde in 2012 Beethovens Tripelconcert met het Konzerthaus Orchester Berlin. Verder speelde het trio in onder meer Amsterdam, Brussel en München. In 2015 ondernam het trio een debuuttournee door de VS, en eerder al, in 2013, door China. Hoogtepunten in seizoen 2015/16 waren optredens in Parijs, Londen, Trento, Lindau, Deventer, York en op het Rheingau Festival. Verder waren de drie musici voor de tweede keer te horen in Vancouver. De discografie van het Sitkovetsky Trio telt inmiddels drie bejubelde cd’s met muziek van Smetana, Suk, Dvořák, Brahms, Schubert en Mendelssohn.

Een levenslustige Haydnscherts

Het pianotrio was in de achttiende en negentiende eeuw de meest populaire soort kamermuziek na het strijkkwartet. En het was fel begeerd in privé-kringen van musicerende amateurs, en werd voortvarend uitgegeven door Europese muziekuitgevers. Het vanavond gespeelde Klaviertrio in C Hob.XV:27 (1795) stamt uit de tijd dat Haydn voor de tweede keer in Engeland was. Hij voerde er onder luid gejubel zijn Londense symfonieën uit, en ontmoette opnieuw de Engelse koninklijke familie. Haydn droeg zijn trio op aan de begaafde pianiste Therese Jansen bij wier huwelijk hij getuige was geweest. In het eerste deel staat de klavierpartij bol van de virtuoze lopen, omspelingen en octaven. En dat achter de horizon al de Romantiek opdoemt is te horen aan de plotselinge contrasten qua sfeer en dynamiek. Toch is er volop ruimte voor dialogen met de vioolpartij. Die tweegesprekken zetten zich voort in het tweede deel, dat rustig begint maar zich gaandeweg uitleeft in weelderige omspelingen en contrasten en zelfs uitbarst in Balkanachtige volksmuzieksferen. Het laatste deel is een feest van lichtheid en esprit. Het parmantige hoofdthema wordt van alle kanten belicht, en een heerlijk abrupt einde zet een punt achter deze levenslustige Haydnscherts.

Een roepende in de woestijn

De Franse componist Camille Saint-Saëns koesterde een grote belangstelling voor het muzikale verleden. In het operaminnende Frankrijk was hij een roepende in de woestijn met zijn kamermuziek en pianoconcerten. Het was tijdens een vakantie in Algerije dat hij in 1892 zijn Tweede pianotrio op papier zette. Het is een ruim opgezet werk in vijf delen en met een speelduur van zo’n 35 minuten. Opvallend in de stijl is het ontbreken van de overdadige chromatiek zoals zijn collega’s Franck en Chausson die destijds bezigden in navolging van Liszt en vooral Wagner. Saint-Saëns zag dat als een uitwas waartegen hij hier duidelijk stelling nam: terug naar de klassieke waarden van Mozart, Beethoven, Schumann en Tsjaikovski. Bijzonder fraai is de opening van het eerste deel, met golvende herhaalde akkoorden in de piano, waarover viool en cello hun melancholieke lijnen trekken. Het tweede deel lijkt een soort menuet in onregelmatige 5/4-maat dat aan het eind de allure van een habanera krijgt. Deel drie is een heerlijke hommage aan Schumann voor wie Saint-Saëns pleidooien hield in Parijs toen maar weinigen er oren naar hadden. Na de snelle wals van deel vier is er de doorwrochte finale. De entree met haar octaven in alle drie instrumenten doet aan als een fugathema zonder dat er meteen een echte fuga volgt, want dat gebeurt pas halverwege het deel. Maar het hechte contrapuntische weefsel wordt geregeld doorbroken met virtuoos passagewerk in de piano-partij. Hier worden klassieke waarden verdedigd, zonder academisme maar met vuur en passie zoals het slot laat horen.

Tussen Sevilla en Parijs

Omstreeks 1900 werd in Spanje een muziek ontwikkeld met een typisch Spaans koloriet. Vanuit de oude volksmuziek en volksdansen werden speciale toonladders, vurige en eigenzinnige ritmen als die van de bolero en de fandango de klassieke muziek binnengesluisd. Componisten als Isaac Albéniz en Enrique Granados zochten in Parijs aansluiting bij het Franse impressionisme en creëerden een wat meer romantische Spaanse variant daarvan, met sterk folkloristische elementen. De in Sevilla geboren Joaquin Turina was niet alleen de jongste, maar ook degene die als enige een substantieel deel van zijn oeuvre wijdde aan kamermuziek. Daarbij werd hij aangemoedigd en gestimuleerd door zijn leraar Vincent D’Indy, en door Maurice Ravel en Claude Debussy. Het vanavond gespeelde Tweede pianotrio is zo’n fraaie mix van de laat-romantiek uit de school van César Franck en D’Indy, de impressionistische klankkleuren van Debussy en Ravel én de Andalusische sferen van Turina’s geboortestreek.

Ravel groet het verleden

Net als Saint-Saëns had zijn jongere landgenoot Maurice Ravel een fascinatie voor het barokke en klassiek tijdperk en keek bij het componeren dan ook veel om. Dat is hoorbaar in zijn enige Strijkkwartet en zijn Pianotrio, dat hij voltooide in 1914 toen de Eerste Wereldoorlog was uitgebroken. Hoewel Ravel soms wat smalend over zijn romantische landgenoot Saint-Saëns kon doen, gaf hij naar aanleiding van dit Pianotrio toe dat Saint-Saëns hem wel had geïnspireerd. Het stuk is niet voor niets opgedragen aan André Gédalge, docent fuga en contrapunt aan het Parijse conservatorium. In het eerste deel brengt de piano eerst het karakteristieke Baskische ritme van het eerste thema, even later vergezeld van viool en cello die in wijde octaven uiteen liggen, zoals wel vaker bij Ravel. De curieuze titel van het tweede deel, Pantoum, is ontleend aan een Maleisische vierregelige dichtvorm die ook Victor Hugo gebruikte in zijn ‘Orientales’. Ravel gebruikte de versconstructie in dit tweede deel, dat een soort scherzo en trio vormt, en refereerde zo aan de Weense Klassieken. Een groet aan de barok is de Passacaille, een inleiding van acht maten gevolgd door negen ingenieuze variaties. In de Finale klinkt een variant van het hoofdthema van het eerste deel. Ravel brengt het slagwerkachtige karakter van de piano en de dragende strijkersklank samen in een typische Ravel-sfeer.

Clemens Romijn


Voorprogramma: MAAS Ensemble

Daphne Caffa, klarinet
Matthijs van Niekerk, cello
Dies van den Berg, piano

Ludwig von Beethoven (1770-1827): Trio Op.11 in Bes majeur “Gassenhauer” (1798)
I. Allegro con brio
II. Adagio

Alexander von Zemlinsky (1871-1942): Trio Op. 3 in D mineur (1896)
I. Allegro ma non troppo

Het MAAS Ensemble is begin 2016 opgericht door klarinettiste Daphne Caffa, cellist Matthijs van Niekerk en pianist Dies van den Berg. De drie jonge musici kennen elkaar van hun opleiding aan het Rotterdams Conservatorium (Codarts) waar zij elkaar vonden in de ambitie en passie voor het spelen van kamermuziek. Vanaf het eerste moment voelden zij een natuurlijke manier van samenspelen en al snel sloeg de muzikale vonk over. De warme klank die ontstaat door het samenvoegen van de klarinet, cello en piano inspireert componisten tot het schrijven van prachtige muziek. Hoe de drie totaal verschillende instrumenten elkaar zo goed kunnen aanvullen inspireert ook het ensemble. Op zoek naar uitdaging, proberen zij verder te kijken dan het gevestigde repertoire en laten zij zich verrassen door de minder bekende werken.

Matthijs speelt op een Bouman cello uit de collectie van het Nationaal Muziekinstrumenten Fonds.