Jurriaanse Zaal van Concertgebouw de Doelen te Rotterdam om 20.15 uur

Quatuor Ébène

Pierre Colombet (viool)
Gabriel Le Magadure (viool)
Adrien Boisseau (altviool)
Raphaël Merlin (cello)

19:30 voorprogramma van het Altéide Quintet

Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)

Strijkkwartet nr.15 in d KV421 (1783)
Allegro
Andante
Menuetto (Allegretto) – Trio
Allegretto ma non troppo

Ludwig van Beethoven (1770-1827)

Strijkkwartet nr.11 in f opus 95 ‘Serioso’ (1810)
Allegro con brio
Allegretto ma non troppo
Allegro assai vivace ma serioso
Larghetto espressivo – Allegretto agitato

pauze

Maurice Ravel (1875-1937)

Strijkkwartet in F (1903)
Allegro moderato -Très doux
Assez vif -Très rythmé
Très lent
Vif et agité

Quatuor Ébène

Het Quatuor Ébène ontstond binnen de muren van het conservatorium van Boulogne-Billancourt in Frankrijk en ontleent zijn naam aan het ebbenhout waarvan de toets van viool, altviool en cello zijn gemaakt. Na studies met het Quatuor Ysaÿe in Parijs en met Gábor Takács, Eberhard Feltz en György Kurtág behaalde het kwartet een overwinning bij het ARD Musikwettbewerb in München in 2004. Sindsdien mag het Quatuor Ébène zich verheugen in de belangstelling van grote concerthuizen en prestigieuze kamermuziekpartners. In 2007 was het een van de uitverkorenen van de Borletti-Buitoni Trust. De vier strijkers vormen inmiddels een van de beste jonge kwartetten van dit moment en namen in het Haydn-seizoen 2008-2009 deel aan een grote Haydncyclus in de Londense Wigmore Hall. Verder zetten zij Haydns gedenkjaar luister bij in diverse concertzalen in Europa, onder meer in de Doelen in Rotterdam. Het Quatuor Ebène treedt in kamermuziekverband op met musici als Michel Dalberto, Frank Braley, Nicolai Lugansky, Alexandre Tharaud, Eric Le Sage, Paul Meyer, Patricia Petibon en het Lindsay Kwartet. Het Quatuor Ébène onderscheidt zich door zijn open houding en veelzijdigheid en beheerst een repertoire dat zich uitstrekt van klassieke kwartetten tot eigentijdse muziek en jazz. De discografie van het Quatuor Ébène bevat live-opnamen met werken van Haydn en een cd met de eerste drie kwartetten van Bartók. Een cd met de kwartetten van Debussy, Fauré en Ravel werd bekroond met onder meer een Choc du monde de la musique. Verder verscheen een cd-album ‘Fictions’ met crossover en jazzarrangementen, dat meteen de Echo Preis won. In 2013 bracht het kwartet een veelgeprezen cd Felix en Fanny met werken van broer en zusje Mendelssohn, die een BBC Music Magazine Award ontving. En in 2014 verscheen een tweede crossover cd, Brazil, in samenwerking met Stacey Kent. In de zomer van 2015 werd het Quatuor Ébène uitgeroepen tot Prijswinnaar in Residence bij het festival in Mecklenburg-Vorpommern. Regelmatig geeft het kwartet meesterklassen aan het Conservatorium van Parijs en aan de Colburn School in Los Angeles.

Een donker Haydnkwartet van Mozart

Het eerste werk op dit programma, het Strijkkwartet in d KV 421, behoort tot de zogenaamde zes Haydn-kwartetten van Wolfgang Amadeus Mozart. Hij zette die tussen 1782 en 1785 op papier zette en droeg ze op aan zijn vriend en geestelijke vader Joseph Haydn. Als we bedenken dat Mozart voor het componeren van de ouverture tot zijn opera Don Giovanni slechts één avond nodig had en hij algemeen bekend stond om zijn zeer vlotte pen, dan moet het schrijven van deze zes Haydn-kwartetten hem veel tijd (ongeveer drie jaar!) en moeite gekost hebben. In de brief ‘An meinen lieben Freund Haydn’ waarmee hij op 1 september 1785 de gedrukte uitgave van de zes kwartetten inleidde sprak Mozart openlijk van ‘de vruchten van lange en moeizame arbeid.’ Hij schreef de werken niet op bestelling of in opdracht, maar als een reactie op Haydns Russische strijkkwartetten opus 33 uit 1781. Opvallend is dat beide componisten tot die tijd een soort artistieke pauze van zo’n tien jaar hadden ingelast waarin zij geen enkel strijkkwartet componeerden.

Het Strijkkwartet in d KV 421 is donker getint. Het eerste deel (Allegro moderato) begint met een ruimtelijk en tegelijk pijnlijk klagend hoofdthema en lijkt een beklemmende persoonlijke ontboezeming. Ook in het tweede deel (Andante) wil de gebruikelijke vreedzame zangerigheid van het langzame deel maar niet doorbreken. Het hele werk wordt beheerst door onrust en schaduwkanten, zoals we die ook kennen, maar dan later, van Schubert. Alleen in het Trio van het sterk contrapuntische Menuet (Allegretto) lijkt de donkere sluier een korte episode lang opgetild te worden. Volgens Mozarts vrouw Constanze componeerde Mozart dit Menuet als een reactie op de pijnlijke geboorte van hun eerste zoon Raimund. Tijdens de bevalling was Wolfgang in de aangrenzende kamer aan dit Menuet aan het schrijven. Het kwartet eindigt, naar het voorbeeld van Haydn, met een thema met variaties, dat ondanks de grote beweeglijkheid niet de algehele klaaglijke teneur weet te doorbreken. Dezelfde demonisch dreigende octaafsprong waarmee die het kwartet opende sluit het werk ook weer af.

Woede en verdriet in de tonen

Ludwig van Beethoven schreef zijn Strijkkwartet in f-klein opus 95 als een woedende reactie op de afwijzing na een huwelijksaanzoek dat hij gedaan had aan ene Therese Malfatti, een bloedmooi jong meisje. Beethoven koos hier de meest donkere toonsoort f-klein, net als in zijn vechtlustige en razende Pianosonate ‘Appassionata’. Hier geen milde berusting in het noodlot, een kalm en beheerst musiceren. Nee, heftige woede-uitbarstingen afgewisseld met klaaglijke verzuchtingen. De contrasten zijn enorm, de stemming kan om de paar seconden plots omslaan. Hier klinkt gevloek, pijn, verdriet.
Gedurende het hele kwartet zijn twee tegengestelde krachten met elkaar in gevecht, de woede en het verdriet. Pas helemaal aan het eind klinkt een korte uitbarsting van triomf. Beethoven komt toch weer als overwinnaar uit zijn innerlijk conflict tevoorschijn. Dit is het enige kwartet dat Beethoven een bijnaam gaf: Serioso (serieus, ernstig). Beethoven vond het werk alleen geschikt voor de kleine intieme kring van echte kenners, en wilde absoluut niet dat het in het openbaar zou worden uitgevoerd. Hij had er zich te zeer in bloot gegeven. Gustav Mahler wilde door zijn bewerking voor strijkorkest in 1899 juist een groter publiek ermee kennis laten maken.

Ravels enige kwartet

Maurice Ravel waagde zich slechts één keer aan het genre van het strijkkwartet. Net als Debussy. Daarna hield hij het voor gezien. Vergelijkbaar met Haydn en Mozart streefde Ravel naar duidelijke vormen, naar klare lijnen en greep hij terug naar de traditionele sonatevorm en de symmetrische bouw in zijn melodieën. Zo staat het eerste deel in onvervalste sonatevorm en doet de symmetrische melodiebouw denken aan Mozart. Ook het scherzo-achtige tweede deel heeft eenzelfde thematische helderheid. Ravel manifesteert zich hier als een ware tovenaar van het timbre. Met zijn snelle afwisseling van pizzicato en arco passages (getokkelde en gestreken passages), het gebruik van sourdine (demper) en ritmische subtiliteiten (hemiolen) heeft hij een rijke verscheidenheid aan contrasterende kleuren geschapen. Ravels kwartet is min of meer cyclisch van opzet (misschien naar het voorbeeld van het Strijkkwartet van Debussy van 1893?), want in het derde deel komen citaten uit het eerste deel weer boven water. Dit gebeurt ook in de Finale, die deels stormachtig deels kalm verloopt, en waarvan het tweede thema onder meer stoelt op de twee thema’s uit het eerste deel. Toen Ravel later niet tevreden meer was over de opbouw van zijn kwartet en hij aanstalte maakte de Finale te reviseren, bezwoer Debussy hem: ‘Bij alle goden der muziek en omwille van mijzelf, verandert u niets aan hetgeen u geschreven heeft.’

Clemens Romijn


voorprogramma van het Altéide Quintet om 19:30

De leden van het Alteide Quintet, allen als individueel speler actief in zowel verschillende jeugdorkesten als in professionele orkesten, zijn niet alleen sterke en getalenteerde spelers maar hebben hun sporen ruimschoots verdiend in verschillende ensembles. Het resultaat hiervan is een blaaskwintet met grote samenspelkwaliteiten en een natuurlijke muzikale communicatie.

Wendy Vo Cong Tri (fluit)
Maxime Le Minter (hobo)
Ken Kunita (klarinet)
William McNeill (hoorn)
Marlene Schwaerzler (fagot)

De leden combineren verschillende muzikale tradities met een unieke en energieke sfeer en weten zo een ensemble met karakter neer te zetten.

Paul Hindemith (1895-1963)
Kleine Kammermusik, op. 24 no. 2 (1922)

Paul Taffanel (1844-1908)
Quintette in G minor (1876)
Allegro con moto

 

Volgend concert: dinsdag 14 maart 2017
Schumann Quartett speelt Mozart, Schnittke en Verdi