Jurriaanse Zaal van Concertgebouw de Doelen te Rotterdam om 20.15 uur (voorprogramma begint om 19:30)

Zemlinsky Quartet

František Souček, viool
Petr Střižek, viool
Petr Holman, altviool
Vladimír Fortin, cello

m.m.v:
Josef Kluson, altviool
Guy Danèl, cello

om 19:30 voorafgegaan door het Artem Trio

Richard Strauss (1864-1949): Capriccio, strijksextet naar kwartet uit Capriccio opus 85 (1941)

Johannes Brahms (1833-1897): Strijksextet nr.1 in Bes opus 18 (1859-1860)
Allegro ma non troppo
Tema con Variazioni: Andante, ma moderato
Scherzo: Allegretto molto
Rondo: Poco allegretto e grazioso

pauze

Antonín Dvořák (1841-1904): Strijksextet in A opus 48 (1878)
Allegro moderato
Dumka (Elegie): Poco allegretto
Furiant: Presto
Finale: Tema con variazioni


Zemlinsky Quartet

Ze behoren tot de top van het Tsjechische muziekleven, de vier leden van het Zemlinsky Quartet. Sinds de oprichting in 1994 heeft het Quartet zijn naam gevestigd met talloze concerten over de hele wereld. Het Zemlinsky Quartet heeft zichzelf vernoemd naar de Oostenrijkse componist Alexander Zemlinsky, die veel bijdroeg aan de Tsjechische, Duitse en Joodse cultuur in Praag, en die met zijn vier strijkkwartetten een deel van het repertoire van het ensemble leverde. De vier musici werden gelauwerd met de eerste prijs tijdens het strijkkwartetconcours in Bordeaux in 2010. Eerder al won het Zemlinsky Quartet prijzen bij muziekwedstrijden als Banff (2007), Praagse Lente (2005) en in Londen (2006). The Strad noemde de kwartetleden ‘vier musici die als één stem zingen, ademen en fraseren’. Het kwartet ontving de Alexander Zemlinsky Advancement Award vanwege hun bemoeienis voor het oeuvre van deze laat-romanticus. Maar liefst 200 werken telt het repertoire van het Zemlinsky Quartet, waaronder hedendaagse muziek.

Het Zemlinsky Quartet treedt geregeld op in heel Europa, Canada, de VS, Brazilië, Japan en Zuid-Korea, en maakte vele opnamen voor de Tsjechische radio. Diverse cd-opnamen van het kwartet vielen in de prijzen, waaronder die met vroege strijkkwartetten van Dvořák. Primarius František Souček en altist Petr Holman werken als docenten aan het conservatorium van Praag. In hun vroege jaren werden de vier spelers begeleid door gerenommeerde Tsjechische strijkkwartetten als het Talich, Prague, Kocian en het Pražák Quartet. Twee leden van dat laatste kwartet vullen het Zemlinksy Quartet aan tot een ensemble van zes spelers voor het repertoire van vanavond.

Pražák Quartet

Het Pražák Quartet geldt als een van de meest gevierde internationale kamermuziekensembles. Het werd opgericht in 1972 toen de leden nog studeerden aan het Praags Conservatorium en bekleedt een plaats in de unieke Tsjechische kwartettraditie. In 1975 begon tijdens het Muziekfestival van de Praagse Lente de internationale carrière van het ensemble, in 1978 gevolgd door het winnen van de eerste prijs bij de Evian Strijkkwartet Competitie in Frankrijk. Al zo’n veertig jaar heeft het Pražák Quartet opgetreden op talrijke podia overal ter wereld. Het Pražák Quartet bracht al meer dan veertig gehuldigde cd’s uit en maakte vele radio-opnamen in Frankrijk, Duitsland, Nederland en Tsjechië.


Wat verleidt meer: muziek of poëzie?

In de geschiedenis van de opera was het nooit eerder vertoond, het wonderlijke begin van de laatste opera van Richard Strauss, Capriccio, uit 1941. Geen gebruikelijke ouverture, maar een strijkkwartet dat op het podium wordt uitgevoerd. Het werk is zogenaamd van het personage Flamand (alias Strauss zelf) die probeert zo indruk te maken op de jonge weduwe gravin Madeleine. Met deze muziek wil hij zijn rivaal de dichter Olivier overtroeven die eveneens dingt naar haar hand. Van die amoureuze woelingen geeft dit stuk, dat Strauss later uitbreidde tot strijksextet, in zo’n tien minuten een non-verbale schildering. De afloop van de opera na tweeënhalf uur: de gravin kon niet kiezen. Ze wenste muziek én poëzie.

Nostalgie en landelijkheid

Johannes Brahms was zevenentwintig toen hij in 1860 zijn Strijksextet opus 18 op papier zette. Het ademt een sfeer van nostalgie en landelijkheid. De muziek herinnert aan de serenades en nocturnes zoals die in Haydns en Mozarts tijd ‘s avonds in de openlucht werden uitgevoerd. Geen doorwrochte kamermuziek dus, maar eerder (schijnbaar) eenvoudige verpozingmuziek. Zoals in het openingsdeel, Allegro ma non troppo, waar de cello een volksliedachtig eerste thema voorstelt, en waar al snel nieuwe hoogst charmante vondsten volgen. Het deel is gebouwd volgens de klassieke sonatevorm die Haydn en Mozart zeker nog herkend zouden hebben, en de melodisch rijke doorwerking doet sterk aan Schubert denken. Brahms roept hier herinneringen op aan lang vervlogen tijden. Ook het thema van de zes boeiende variaties van het Andante ademen de geest van het verleden: hier componeert een kenner van de Barok, die vertrouwd is met fenomenen als passacaglia en het foliathema. Na een helder en compact Scherzo met Beethoven-achtige dansritmen volgt de veeleisende Finale in klassieke rondovorm. De levensblije ritmen en opwekkende thema’s maken deze Finale een ‘modern’ eerbetoon aan Haydn, de klassieke meester van de ‘esprit’.

Tussen Schubert en Bohemen

‘Die man heeft meer ideeën dan wij allemaal. Uit wat hij weggooit kan elke andere componist zijn hoofdthema’s halen!’ Dat waren de genereuze woorden van Johannes Brahms over zijn jongere Boheemse collega Antonín Dvořák. Dat Dvořák rond 1875 internationaal doorbrak was dan ook grotendeels aan Brahms te danken. Hoewel Dvořák op dat moment al opera’s, symfonieën en kamermuziek op zijn naam had staan en halverwege de dertig was, was zijn talent nogal onopgemerkt gebleven. Eenmaal verzekerd van contacten in de Oostenrijkse en Duitse muziekwereld, waaronder Brahms’ uitgever Simrock, zag Dvořák zijn populariteit in hoog tempo groeien en zijn stijl vrijer, persoonlijker en expressiever worden. Zo ook in zijn Strijksextet in A opus 48 (1878), een werk geschreven na het succes van de populaire Slavische dansen. Niet de klassieke Duits-Weense vormen lijken hier model gestaan te hebben, zoals in Dvořáks vroegere werken, maar dansen van het Boheemse platteland, zoals de van oorsprong Oekraïense elegische Dumka in het tweede deel, en de virtuoze Furiant in het vierde deel. Wel is in de weelderige melodieënrijkdom en de enorme ontwikkelingsfantasie de geest van Dvořáks grote Weense voorbeeld Franz Schubert hoorbaar.

Clemens Romijn


voorprogramma (19u30): Artem Trio

Sara Balasch Lozano, viool
Violeta González Tomàs, cello
María López Belarte, piano

Sergei Rachmaninoff (1873 – 1943): Trio élégiaque N. 1 in G minor(1892)

Henriette Bosmans (1895 – 1952): uit Trio voor viool, violoncello en piano (1921)
I. Allegro con Brio.

Artem trio is a chamber music group formed by María López Belarte, pianist; Violeta González Tomás, cellist and Sara Balasch Lozano, violinist.
All of them come from Spain, place were they obtained their Bachelor degree in Music Performance. Currently they are finishing their studies in the Conservatorium van Amsterdam and Codarts, Rotterdam.
Although they come from the same region, they started sharing their passion for piano trio repertoire when they met in The Netherlands in 2015. Their relationship has found its starting point in this country, providing them the opportunity to grow together as musicians and persons.
Music performance is their highlight. They mostly play as soloists or in chamber music but they are also active in different professional orchestras. They have a broad interest in music which includes repertoire from the baroque period to the XXth century.
They have participated in lessons and masterclasses with, among others, Gijs Kramers, David Kuyken, Bart van der Roer, Jeroen den Herder and Benzion Shamir.
Artem trio has performed in venues through Catalonia and The Netherlands. They have been focused in piano trio works reading into the scores of different composers and offering the audience their own interpretation of music.


laatste concert dit seizoen: dinsdag 2 mei 2017
Borodin Quartet speelt Tsjaikovski, Beethoven en Sjostakovitsj