20:15 – Jurriaanse Zaal – Concertgebouw de Doelen
19:30 – voorprogramma –  pianotrio’s aangevuld met andere musici

Storioni Trio
Wouter Vossen (viool)
Marc Vossen (cello)
Bart van de Roer (piano)

Sergej Rachmaninov (1873-1943): Pianotrio nr. 1 in g ‘Trio élégiaque’ (één deel; 1892)

Anton Arenski (1861-1906): Pianotrio nr. 1 in d opus 32 (1894)
Allegro moderato
Scherzo: Allegro molto
Elegia: Adagio
Finale: Allegro non troppo

pauze

Ernest Chausson (1855-1899): Pianotrio in g opus 3 (1881)
Pas trop lent-Animé
Vite
Assez lent
Animé

Storioni Trio

Het Storioni Trio is opgericht in 1995 en is vernoemd naar de viool van Wouter Vossen, een instrument uit 1794 van Laurentius Storioni uit Cremona. Marc Vossen bespeelt een cello van Giovanni Grancino uit Milaan uit 1700. Ter vervolmaking van het ensemblespel werkte het trio met leden van het Emerson Kwartet, het Vermeer Kwartet en het Altenberg Trio Wien en met Isaac Stern, Mstistlav Rostropovitsj, Menahem Pressler en Ralph Kirshbaum. Het Storioni Trio voert werken uit voor pianotrio, variërend van klassiek tot hedendaags, van Haydn tot Henze. Het trio is een vooraanstaand expert in het tripelconcertrepertoire (Beethoven, Casella, Juon, Martinu, Moor, Voříšek). Het trio heeft daartoe opdrachten gegeven aan componisten als Kevin Volans, Peter-Jan Wagemans, Nico Muhly en Willem Jeths. Het Storioni Trio voerde de volledige pianotrio’s van Beethoven uit in Zwitserland en in Nederland, op zowel authentieke als moderne instrumenten. De opname van Beethovens Tripelconcert op authentieke instrumenten met het Nederlands Symfonie Orkest o.l.v. Jan Willem de Vriend kreeg lovende recensies in internationale media zoals de Sunday Times, Fono Forum en Gramophone Magazine, en werd benoemd tot Editors Choice en CD van de Week bij BBC Radio3. Het Storioni Trio is artistiek directeur van het jaarlijkse, tiendaagse ‘Storioni Festival’ in Eindhoven, dat afgelopen januari zijn elfde editie beleefde. Het Storioni Trio heeft opgetreden in Wigmore Hall, Carnegie Hall, het Concertgebouw en op festivals als Kuhmo, Mecklenburg Vorpommern Festival, Osnabrück Kammermusiktage en Trio Festival in de Philharmonie Moskou. Verschillende tours leidde het trio naar India, het Midden-Oosten, Australië, Taiwan, Japan en de Verenigde Staten.

Rachmaninov eert Tsjaikovski

In 1943 overleed op Beverly Hills in Californië Sergej Rachmaninov, vaak Ruslands laatste romanticus genoemd. Hij geldt als een van de grootste pianisten aller tijden. Zijn landgenoot Stravinsky prees hem als ‘een genie’, Arthur Rubinstein noemde hem ‘de meest fascinerende pianist sinds Busoni’, en Vladimir Horowitz betitelde hem als ‘een muzikale god.’ De enorme populariteit van Rachmaninov in het Westen heeft de Sovjetpolitiek er in 1931 toe gebracht zijn muziek uit Rusland te verbannen. Zij zou ‘de decadente houding van de lagere middenklasse’ vertegenwoordigen. In die tijd woonde de componist, die Rusland tijdens de revolutie had verlaten, allang in Californië. Hij verwierf vandaar wereldfaam met werken die hij voor het grootste deel nog in Rusland had geschreven. Misschien was die nervositeit van de Russische autoriteiten te begrijpen: de muziek van de emigrant Rachmaninov is sterk emotioneel geladen, melancholiek en meeslepend.

De wereld kent Rachmaninov vooral als componist van meeslepende pianoconcerten en virtuoze stukken voor piano solo, en nauwelijks als componist van kamermuziek. Uit zijn kleine kamermuziekoeuvre is nog wel geregeld het Pianotrio in d opus 9, bijgenaamd ‘Trio élégiaque’, te horen, waaraan Rachmaninov begon de dag dat Tsjaikovski overleed in 1893. Zelden uitgevoerd is een Pianotrio in g dat net zo heet en dat een jaar eerder ontstond. Rachmaninov zelf verzorgde van het ééndelige stuk van een kwartier de uitvoering in Moskou in februari 1892, samen met violist David Kreyn en cellist Anatoli Brandoekov. Hij was toen een jongeman van negentien. Uitgegeven werd dit Pianotrio nr.1 in g pas in 1947 in Moskou, vier jaar na Rachmaninovs dood. Ook in dit stuk is de nabijheid van Rachmaninovs grote voorbeeld Tsjaikovski duidelijk hoorbaar. Want na de mysterieuze strijkersfiguren zet de piano in met een melancholiek thema dat zo uit Tsjaikovski’s Pianotrio van een jaar eerder had kunnen stammen. Verderop nemen de strijkers het thema over en ontstaat een bewogen verhaal vol contrasten, duistere onrust en erupties. Een cellomelodie citeert Tsjaikovski’s Manfred-Ouverture, en ook de coda met haar begrafenissfeer is geheel in de stijl van de oudere Russische grootmeester van de melancholie.

Bladzijden vol melancholie

De Russische laatromanticus Anton Arenski studeerde compositie bij Rimski-Korsakov in St. Petersburg en raakte nauw bevriend met Tsjaikovski in Moskou als leraar van onder meer Rachmaninov, Skrjabin en Glière. Later leidde Arenski het beroemde koor van de keizerlijk kapel in St. Petersburg en gaf hij bejubelde concerten als pianist en dirigent in Rusland en daarbuiten. De begaafde en joyeuze, maar ook drankzuchtige en goklustige Arenski stierf in 1906 in Finland aan tbc. Enkele van zijn beste werken bleven bekend, zoals het Mendelssohn-achtige Eerste pianotrio en het Eerste strijkkwartet.

Arenski schreef zijn Eerste pianotrio in d in 1894 ter nagedachtenis aan de cellist Charles Davidov. Het draagt een flinke last aan Russische melancholie met zich mee, net als de Russische literatuur van rond de eeuwwisseling. Het prachtige eerste deel komt voorzichtig binnen met een vragende vioolsolo. Dan volgen ontroerende verstrengelingen van cello en piano, en verderop een bijna orkestrale ophef. Ondanks het krachtdadige optreden van de piano laat dit deel het hoofd hangen. Alle vragen roepen nog meer vragen op. Het tweede deel is een wonder van snelle tover. Hier ontketent Arenski een tomeloze notenstroom in de pianotoetsen. Intussen prikt de viool zijn springerige ironische tonen en probeert de gemoedelijke cello tot een stout spel te verlokken. Met succes. In het verstilde langzame deel mijmeren de drie spelers over een elegisch thema dat hen uit het eerste deel is bijgebleven. Plots lijkt het venster open te zwaaien en frisse lucht binnen te laten. Vergeefs. De hoofdpersoon zakt weer terug in zijn lethargie, als was hij Oblomov. De finale is een uitbarsting van volle piano-akkoorden en heftige strijkersgebaren. Met verkwikkende weemoed kijkt Arenski terug naar de langzame elegie, maar weerstaat de verleiding tot een langzaam wegsterven. Machtig wiekend en dramatisch komt het stuk aan zijn eind.

Zwaarmoedig pianotrio

Ernest Chausson (1855-1899) is vooral bekend geworden door zijn beroemde Poème voor viool en orkest opus 25. Hij was een van de meest begaafde leerlingen van César Franck en net als hij een van de propagandisten van de kamermuziek die in Frankrijk zo verwaarloosd werd. Het huis van zijn welvarende ouders werd na zijn studie rechten een ontmoetingsplaats voor musici  en componisten. Daar werd de muziek van Schubert, Schumann, Mendelssohn en ook die van Beethoven en Bach uitgevoerd, die zo goed als onbekend was bij het Franse publiek. Chausson studeerde tegelijk bij Massenet (instrumentatie) en Franck (compositie). Net als zijn leraar Franck schreef Chausson maar één symfonie, de Symfonie in Bes op.20 uit 1890. De zwaarmoedige en teruggetrokken Chausson schiep een compact oeuvre, dat zeker groter zou zijn geweest, als hij niet op zijn vierenveertigste door een fietsongeluk was overleden. Opvallend aan het vierdelige Pianotrio in g opus 3 is de romantisch melancholieke inhoud, zo karakteristiek voor de muziek van Chausson.

Clemens Romijn


voorprogramma

Het voorprogramma van vanavond is het resultaat van een bijzonder leuk project in samenwerking met het Storioni Trio, dat vanavond het hoofdprogramma verzorgd.

De optredende ensembles zijn bestaande pianotrio’s, aangevuld met andere musici, geformeerd vanuit een verlangen om kamermuziekwerken voor grotere bezetting uit te voeren.

Voorafgaand aan dit concert hebben lessen en een masterclass plaatsgevonden onder leiding van de drie heren van het Storioni Trio, Bart van de Roer, Marc Vossen en Wouter Vossen.

Michael Nyman (1944): Child’s play

Lucie Saliou (viool)
Maria Polo (cello)
Federico Altare (fluit)
Teodore Dorante (klarinet)
Ruben Plazier (piano)

Ernst von Dohnányi (1877-1960): Sextet in C Major, Op.37.
Allegro appassionata
Intermezzo. Adagio

Simone Tamminga (violin)
Marnix Verberne (viola)
Carmen Diego (cello)
Miguel Monedero (klarinet)
Pablo Moreno (hoorn)
Floris van Dam (piano)


volgend concert: dinsdag 27 maart 2018
Finale van de Grote Kamermuziekprijs met jonge topensembles