20:15 – Jurriaanse Zaal – Concertgebouw de Doelen
19:30 – voorprogramma:
Marleen van Os (sopraan) en Karin Timmerman (sopraan) met liederen van Schumann en Schubert

Severin von Eckardstein & friends
Tianwa Yang (viool)
Franziska Hölscher (viool)
Nimrod Guez (altviool)
Danjulo Ishizaka (cello)
Severin von Eckardstein (piano)

Mieczysław Weinberg (1919-1996): Pianokwintet opus 18 (1844)
Moderato con moto
Allegretto
Presto
Largo
Allegro agitato

pauze

Robert Schumann (1810-1856): Pianokwintet in Es opus 44
Allegro brillante
In modo d’una Marcia
Scherzo: Molto vivace
Allegro ma non troppo

Severin von Eckardstein (piano)

Severin von Eckardstein studeerde aan de Robert-Schumann-Hochschule in zijn geboortestad Düsseldorf, bij Klaus Hellwig aan de Hogeschool voor de Kunsten in Berlijn, en vervolgens aan de International Piano Academy Lake Como in Italië. Von Eckardstein won in 2003 de eerste prijs van de Koningin Elisabeth Wedstrijd in Brussel. Hij concerteerde onder meer met het Sinfonie Orchester Berlin, het English Chamber Orchestra en de BBC Philharmonic, en gaf wereldwijd soloconcerten. Hij trad op met dirigenten als Valery Gergiev, Philippe Herreweghe, Lothar Zagrosek, Marek Janowski en Jaap van Zweden. In 2017 werd hij voor de zesde keer uitgenodigd voor de serie Meesterpianisten in het Concertgebouw Amsterdam. Kamermuziek speelt Severin von Eckardstein vaak met jongere musici als Andrej Bielov, Igor Levit, Franziska Hölscher en Danjulo Ishizaka. Samen met Franziska Hölscher stichtte hij de kamermuziekserie Klangbrücken in het Berliner Konzerthaus. Severin von Eckardstein maakte cd-opnamen van werken van Schubert, Skrjabin, Medtner, Wagner en Schumann, en onlangs verscheen zijn cd met muziek van Debussy en Dupont.

Tianwa Yang (viool)

De in Peking geboren violiste Tianwa Yang studeerde vanaf 2003 in Duitsland en werd in 2015 winnaar van de ECHO Klassik Instrumentalist van het jaar. Ze concerteert geregeld met orkesten in Europa, de VS en Azië, en doceert aan de universiteit van de kunsten in Bern.

Franziska Hölscher (viool)

De in Heidelberg geboren violiste Franziska Hölscher studeerde bij Ulf Hoelscher in Karlsruhe en Thomas Brandis in Lübeck, en voltooide haar vioolstudie bij Nora Chastain in Berlijn in 2013. Ze verschijnt regelmatig op alle belangrijke Duitse muziekfestivals en concerteert in heel Europa, Azië en de VS.

Nimrod Guez (altviool)

De in Israël geboren altviolist Nimrod Guez studeerde eerst viool bij Nahum Lieberman, Ilona Feher, Shlomo Tintpulver en Haim Taub, en daarna altviool bij Tabea Zimmermann in Frankfurt en bij Nora Chastain in Lübeck. Hij was 1e solo-altist bij het Gewandhaus Orkest in Leipzig en het Beierse Radio Symfonie Orkest. Sinds 2012 doceert hij aan de Musikhochschule in Würzburg.

Danjulo Ishizaka (cello)

Danjulo, geboren in een Duits-Japans gezin in Bonn, studeerde bij Boris Pergamenschikov aan de Hanns Eisler Academie voor Muziek in Berlijn. Sinds het behalen van de eerste prijs in zowel de ARD-competitie als de Grand Prix Emanuel Feuermann geldt Danjulo Ishizaka als een van de meest vooraanstaande cellisten van zijn generatie. Hij treedt op in recitals en met orkest in Europa, de VBS en Japan.

Een goed bewaard geheim

De eerste componist op het programma was in het Westen lang een goed bewaard geheim uit de Sovjet-Unie: Moisei Vainberg of ook wel op zijn Pools Mieczysław Weinberg (1919-1996). Hij werd geboren in Warschau, waar zijn vader werkte als componist en muzikaal leider van een joods theater. Weinberg week in 1939 uit naar de Sovjet-Unie, op de vlucht voor de oprukkende Duitse troepen. Twee jaar later vluchtte hij opnieuw voor de oorlog, dit maal naar Tasjkent in Oezbekistan. In 1943 raakte Dmitri Sjostakovitsj onder de indruk van Weinbergs Eerste symfonie en zorgde ervoor dat Weinberg zich in Moskou kon vestigen, de stad waar hij de rest van zijn leven zou doorbrengen. Intussen was Weinbergs familie in Polen door de nazi’s vermoord en was in 1948 ook zijn schoonvader, de beroemde joodse acteur Solomon Mikhoels, op Stalins bevel geliquideerd. Weinberg was nauw bevriend met Miaskovski en Sjostakovitsj, en Sjostakovitsj beschouwde Weinberg als een van de beste Russische componisten en nam het voor hem op, toen hij in 1953 valselijk werd beschuldigd en gearresteerd. Uiteindelijk was het Stalins dood die Weinbergs leven redde. Zonder ooit les van hem te hebben gehad beschouwde Weinberg Sjostakovitsj als zijn leraar. En Sjostakovitsj droeg zijn Tiende Strijkkwartet aan Weinberg op.

Vanaf de jaren 1960 beleefde Weinberg zijn beste tijd als componist. Ook al was hij geen lid van de communistische partij en als immigrant verdacht bij de Russische autoriteiten, toch stonden de beste Russische musici in de rij om zijn werken uit te voeren. Toen Weinberg in Moskou overleed op 26 februari 1996, zesenzeventig jaar oud, liet hij een indrukwekkend oeuvre na, van maar liefst honderdvijftig liederen, zesentwintig symfonieën, negentien sonates, zeven opera’s en zeventien strijkkwartetten. Volgens Sjostakovitsj waren hij en Weinberg in een wedstrijd verwikkeld wie de meeste strijkkwartetten zou componeren: Weinberg overtroefde Sjostakovitsj met twee stuks.

Kwintet vol als het leven

Weinbergs Pianokwintet opus 18 is een oorlogswerk, op papier gekomen in het najaar van 1944 in Moskou, een jaar nadat hij zich daar had gevestigd. De vermaarde pianist Emil Gilels gaf in 1945 de eerste uitvoering samen met het Bolsjoi Theater Kwartet, een teken dat Weinberg al snel was ingeburgerd. Een jaar later zouden de sovjetmuren over hem heen storten. Het werk duurt zo’n veertig minuten en telt vijf delen, net als het Pianokwintet van Sjostakovitsj van vijf jaar eerder. De inhoud is fascinerend, energiek en serieus, ondanks de soms speelse knipogen in het openingsdeel. De melancholieke lyriek mengt zich met hoekige marsthema’s die steeds warriger en dreigender worden. Het Allegretto heeft toenemend motorische ritmes, vloeiende strijkerslijnen, doorsneden door ferme ritmische aanvallen. De piano opereert daarbij als een onafhankelijk personage. Groot is het contrast tussen de bijna manische eerste vioolpartij in het Presto en de stroeve ernst van het langzame vierde deel, dat lijkt op een passacaglia. Heel bijzonder is de lange gedragen recitatief-achtige pianosolo, die aandoet als een ernstige vertelling, waarin eerst de cello de verteller bijvalt en vervolgens in unisono de overige strijkers. Het laatste deel is gejaagd en beklemmend, met zijn herhaalde bitse akkoorden in de strijkers en de piano en spookachtige sferen. Aan het eind lijkt de duistere vertelling te vervluchtigen en tot rust te komen, al lijkt die rust maar schijn.

Romantiek uit Leipzig

Dan muziek van een eeuw eerder, van 1842, het jaar dat voor Robert Schumann grotendeels in het teken van de kamermuziek. Hij bestudeerde toen intensief kamermuziek van Haydn, Mozart en Beethoven, en stortte vervolgens het ene na het andere bevlogen werk op papier schreef: zijn Pianokwintet, Pianokwartet, de Fantasiestücke voor pianotrio opus 88 en de drie Strijkkwartetten opus 41. Clara Schumann verzorgde de première in Leipzig in 1843 en nam het werk mee op haar tournee door Rusland in 1844. Robert was ook toen aan haar zijde en werd overvleugeld door het succes van zijn vrouw. Het werk opent met een plotse uitbarsting van energie en levenslust, lijkt een groet aan Schubert te brengen in de prachtige treurmars vol duistere sferen, is adembenemend in het wervelende scherzo en brengt de musici triomferend naar de eindstreep in de fiere finale.

Clemens Romijn


voorprogramma om 19:30

Marleen van Os (sopraan) en Karin Timmerman (sopraan)

in samenwerking met:
Annette Rogers (piano)
Lieselotte van Tol (piano)
Teodoro Dorante (klarinet)

Het programma vormt een mooie brug naar het avondconcert:

Robert Schumann (1810-1856): Delen uit de cyclus Frauenliebe und -leben
– Seit ich ihn gesehen
– Er, der Herrlichste von allen
– An meinem Herzen
– Nun hast du mir den ersten Schmerz getan

Franz Schubert (1797-1828): “Der Hirt auf dem Felsen”
voor sopraan, klarinet en piano


volgend concert: dinsdag 22 mei 2018

Takács Quartet speelt Mozart, Mendelssohn en Sjostakovitsj