20:15 – Jurriaanse Zaal – Concertgebouw de Doelen

Hagai Shaham (viool) | Arnon Erez (piano) | Raphael Wallfisch (cello)

Franz Schubert (1797-1828): Notturno in Es, opus post.148 / D897 (1828)

Ludwig van Beethoven (1770-1827): Pianotrio nr.2 in G opus 1 nr.2 (1794-95)
Adagio-Allegro vivace
Largo con espressione
Scherzo: Allegro
Finale: Presto

pauze

Antonín Dvořák (1841-1904): Pianotrio nr.3 in f opus 65 (1883)
Allegro ma non troppo
Allegro grazioso
Adagio
Finale: Allegro

Trio Shaham Erez Wallfisch

Het Trio Shaham Erez Wallfisch ontstond in 2009 toen drie wereldwijd gelauwerde musici hun krachten bundelden: violist Hagai Shaham, pianist Arnon Erez en cellist Raphael Wallfisch. De drie studeerden bij legendarische docenten als Ilona Fehér (Shaham), Arie Vardi (Erez) en Gregor Piatigorsky (Wallfisch). Inmiddels doceren zij zelf op instituten als de USC Thornton School of Music en Stony Brook University (Shaham), de Buchmann-Mehta School of Music (Erez, Shaham), het Konservatorium van Winterthur en het Royal Northern College of Music in Manchester (Wallfisch). Daarnaast geven ze masterclasses, onder andere op de festivals van Kuhmo (Finland), Keshet Eilon (Israël) en Banff (Canada). Het trio toerde door Zwitserland, Israël, Nederland, Duitsland, Frankrijk en Spanje. De debuut-cd van het gezelschap, met trio’s van Mendelssohn, werd in 2012 door de internationale pers met groot enthousiasme ontvangen. Zo schreef een recensent van Luister: ‘Het Trio Shaham Erez Wallfisch is hoorbaar in zijn element met deze prachtige muziek: de musiceervreugde spat ervan af en werkt aanstekelijk. Dit is een van de beste kamermuziekopnames die ik de laatste tijd gehoord heb. Hoogste aanbeveling.’ En de recensent van Grampohone vond: ‘Their ensemble in the hymn-like opening theme in the first movement of the C minor Trio is like one voice… making it infectiously joyful…’. Inmiddels verschenen meer cd’s, waaronder een algemeen bejubelde cd met pianotrio’s van Fauré en Ravel, een met trio’s van Brahms en een met Russisch repertoire. Afgelopen seizoen traden de drie musici nog op in het Concertgebouw in Amsterdam. En in Beethoven-jaar 2020 zullen ze de complete pianotrio’s van Beethoven uitvoeren in de Londense Wigmore Hall.

Afgedankt en herontdekt

Het oeuvre van Franz Schubert kent werken die we altijd horen, zoals het Forellenkwintet of het Ave Maria, en weer andere die haast nooit te horen zijn. Ook wanneer men focust op alleen Schuberts kamermuziek stuit men op zulke extremen. Van alle vijftien strijkkwartetten is Der Tod und das Mädchen het meest gespeelde. Andere kwartetten zijn weer ware stiefkinderen. Verder klinkt met een zekere regelmaat het prachtige Strijkkwintet in C en iets minder vaak de twee Pianotrio’s. In dit concert komt een grote zeldzaamheid van Schubert tot klinken, de Notturno in Es opus post.148 D897 voor viool, cello en piano. Net als veel andere kamermuziek werd dit stuk waarschijnlijk ten doop gehouden in de vriendenkring of bij Schubert thuis, waarbij Schubert zelf piano speelde, zijn broer Ignaz of Ferdinand viool en vader Schubert cello. Het stuk heeft bij de familie Schubert op de lessenaars gestaan als Adagio in Es. Uit Schuberts nalatenschap viste de uitgever Diabelli het in 1844 op en gaf het uit onder de fantasienaam Notturno. Inmiddels weten we dat het een door Schubert zelf afgekeurd tweede deel voor het Pianotrio in Es opus 100 betreft. In de melodiek en de modulaties is Schuberts voor de negentiende eeuw baanbrekende stijl duidelijk te herkennen.

Eerste opus van weerbarstig talent

1792 is een magisch jaartal in de historie van de stad Wenen. Vanuit Bonn arriveerde toen een jong talent van nog maar 22 jaar: Ludwig van Beethoven. ‘Misschien dat hij in staat is de enorme leegte na de dood van Mozart vorig jaar op te vullen?’, moeten sommigen gedacht hebben. Maar uit getuigenverslagen van Beethovens vroege Weense optredens weten we dat hij bij het Weense publiek gemengde gevoelens opriep. Bewondering vanwege het nieuwe geluid en de fabuleuze improvisaties aan de piano, maar verbazing om het onbeteugelde en zelfs drammerige karakter van zijn eigen werken. Nee, de meeste Weners begrepen deze nieuwe muziek niet. Te brutaal, te eigengereid, te onrustig, te opdringerig. Behalve als pianovirtuoos maakte Beethoven naam als componist. De werken uit Bonn negeerde hij volkomen, want de telling van zijn opusnummers begon hij in Wenen weer opnieuw bij zijn Pianotrio’s opus 1, waarvan vanavond het tweede klinkt. De kritieken waren niet mals. ‘Het valt niet te ontkennen, deze heer gaat zijn eigen weg. Maar wat is dat voor een bizarre en moeizame weg! Geen enkele melodie, alles klinkt weerbarstig. Steeds maar weer een zoeken naar zeldzame modulaties, akelige verbindingen en een opeenhoping van moeilijkheden, zodat men alle geduld en vreugde kwijtraakt.’ Beethoven antwoordde droog: ‘Ze begrijpen niets.’ Zijn tijd kwam nog wel. De criticus maakte hij later uit voor ‘os’.
De Pianotrio’s opus 1 hebben een symfonische allure, zo ook het vanavond gespeelde Pianotrio in G opus 1 nr.2. Dat komt door de vierdeligheid van de stukken, terwijl drie delen voor het genre eigenlijk de norm is. Verder neemt Beethoven alle ruimte om zijn thema’s en materiaal te ontwikkelen en spant hij vaak lange bruggen tussen de diverse ‘alinea’s’ in zijn betoog. Bij het Pianotrio in G opus 1 nr.2 komt daar nog bij dat het opent met een langzame inleiding die aan het echte sonatedeel voorafgaat, zoals in veel symfonieën van Haydn.

Tussen Schubert en Bohemen

‘Die man heeft meer ideeën dan wij allemaal. Uit wat hij weggooit kan elke andere componist zijn hoofdthema’s halen!’ Dat waren de genereuze woorden van Johannes Brahms over zijn jongere Boheemse collega Antonín Dvořák. Dat Dvořák rond 1875 internationaal doorbrak was dan ook grotendeels aan Brahms te danken. Hoewel hij op dat moment al opera’s, symfonieën en kamermuziek op zijn naam had staan en halverwege de dertig was, was zijn talent nogal onopgemerkt gebleven. Eenmaal verzekerd van contacten in de Oostenrijkse en Duitse muziekwereld, waaronder Brahms’ uitgever Simrock, zag Dvořák zijn populariteit in hoog tempo groeien en zijn stijl vrijer, persoonlijker en expressiever worden.
Dvořák was van jongs af aan gewend aan de combinatie van strijkers en piano. Eerst als ‘fiedelend’ jongetje in allerlei Boheemse volksmuziek en later als als beroepsaltist en violist. Hij heeft de instrumenten bijeengebracht in diverse werken voor viool of cello en piano, in vier pianotrio’s, twee pianokwartetten en twee pianokwintetten.
Het Pianotrio in f opus 65 uit 1883 is een stormachtig werk vol tragiek en conflict, en ademt sterk de geest van Brahms. Vermoed wordt dat de dramatisch sfeer verband houdt met het overlijden van Dvořáks moeder kort daarvoor. Maar niet alleen het drama, maar ook de tederheid, zoals in het lyrische langzame derde deel.

Clemens Romijn


Voorconcert verzorgd door Codarts

Op zaterdag 3 november aanstaande vindt de jaarlijkse Pianomarathon plaats. Ieder jaar staan pianowerken van één componist centraal, uitgevoerd door studenten uit de pianoklas van Codarts. Dit jaar staat de componist Francis Poulenc in de spotlights.
Vanavond, tijdens het eerste Codarts Voorconcert van dit seizoen krijgt u een exclusief voorproefje van deze marathon te horen.

Programma

Francis Poulenc (1899-1963)

Nocturnes
Floris van Dam, piano

Mélancholie
Lieselotte van Tol, piano

Cappricio
Ruben Plazier, piano

De excentrieke twintigste-eeuwse Fransman was als componist nagenoeg autodidact. Naar eigen zeggen volgde hij zijn instinct bij het componeren. Het leverde tonale composities op waarin Poulencs gave voor vernieuwende, pakkende melodieën en gevoel voor lichtvoetigheid de boventoon voeren.Aanvankelijk schreef Poulenc luchthartige pianomuziek, vol onverwachte wendingen en humor, zoals de uitbundige Sonate voor piano à quatre-mains en de ‘eindeloze’ maar toch vrij korte Trois mouvements perpétuels. Maar nadat hij in de jaren dertig een aantal vrienden had verloren, werd zijn werk serieuzer van toon. Een voorbeeld daarvan is Mélancholie.


volgend concert
dinsdag 20 november 2018, 20.15 uur
DoelenKwartet met Lisa Eggen & Jutta Puchhammer – altviool
spelen Vaughan Williams, Dean en Bruckner