20 november 20:15 – Jurriaanse Zaal – Concertgebouw de Doelen

DoelenKwartet

Frank de Groot en Maartje Kraan, viool
Karin Dolman, altviool
Hans Woudenberg, cello
&
Lisa Eggen en Jutta Puchhammer, altviool

Ralph Vaughan Williams (1872-1958): Phantasy Quintet (1912)
Prelude: Lento ma non troppo
Scherzo: Prestissimo
Alla Sarabanda: Lento
Burlesca: Allegro moderato

Brett Dean (*1961): Epitaphs voor strijkkwintet (2010)
I Only I will know: Gently flowing, with intimate intensity
II Walk a little way with me: Moderato scorrevole
III Der Philosoph: Slow and spacious, misterioso
IV György meets the ‘Girl Photographer’: Fresh, energetic
V Between the spaces in the sky: Hushed and fragile

pauze

Anton Bruckner (1824-1896): Strijkkwintet in F (1879)
Gemässigt
Scherzo: Schnell – Trio: Langsamer
Adagio
Finale: Lebhaft bewegt

DoelenKwartet

Het DoelenKwartet is een van de belangrijkste strijkkwartetten in Nederland op het gebied van de hedendaagse klassieke muziek. Het beheerst een repertoire van ruim 200 voornamelijk eigentijdse en vroeg-twintigste-eeuwse werken. Leidraad zijn de vele ontmoetingen van het Doelen Kwartet met vooraanstaande componisten als Steve Reich, Henri Dutilleux, Kevin Volans, John Adams, Wolfgang Rihm, Hans Abrahamsen, Willem Jeths, Peter-Jan Wagemans. Daarnaast zet het DK zich in voor jonge componisten uit binnen en buitenland, zoals jaarlijks te horen is tijdens het Gaudeamus Festival. Het DK is het huiskwartet van Concertgebouw de Doelen, maar heeft ook een eigen serie in de Nieuwe Kerk in Den Haag. Verder was het kwartet te gast in Frankrijk, Duitsland, Polen, Tsjechië, Zwitserland, Denemarken en Costa Rica. Bijzondere en bekroonde cd-opnamen maakte het DoelenKwartet van muziek van Hans Erich Apostel, Karl Amadeus Hartmann, Wolfgang Rihm en Willem Jeths.

Lisa Eggen altviool

Lisa Eggen (1994) is al vanaf jong actief als altvioliste, geeft solorecitals, kamermuziekconcerten en speelt mee in orkesten, en volgt een masteropleiding aan het conservatorium van Amsterdam bij Nobuko Imai. Eerder studeerde ze bij Francien Schatborn en Karin Dolman. Ze won onder meer de hoofdprijs van de Maassluise Muziekweek, een eervolle vermelding tijdens de nationale finale van het Prinses Christina Concours, een 1e prijs bij het Nationaal Concours van Stichting Jong Muziektalent Nederland en de Labberté-Hoedemaker Prijs van het Peter de Grote Festival. Februari 2015 was ze prijswinnaar bij het Nationaal Altvioolconcours. Ook won ze dat jaar een plek in het project ‘In de ban van het strijkkwintet’ waarbij ze samenwerkte met violiste Liza Ferschtman. Ze was meerdere malen te horen op Radio 4, vanuit het Concertgebouw in Amsterdam en in het radioprogramma Opium. Lisa Eggen maakte in 2013 een kamermuziektournee door de VS en Canada voor de Netherland-America Foundation. Daarnaast gaf ze kamermuziekconcerten met vooraanstaande musici als Emmy Verhey en het DoelenKwartet.

Jutta Puchhammer altviool

De in Wenen geboren Jutta Puchhammer-Sédillot is een veelgevraagde altvioliste in de Canadese en internationale muziekscene. Ze doceert altviool en kamermuziek aan de Université de Montréal en was er hoofd van de strijkersafdeling. Verder doceert ze in de VS en gaf ze meesterklassen in Chili, New York, Colombia en Duitsland. Jutta Puchhammer-Sédillot studeerde cum laude af aan de Wiener Hochschule für Musik und Darstellende Kunst onder Siegfried Führlinger en behaalde een Master’s Degree aan de Eastman School of Music in Rochester, New York, onder Heidi Castleman. Ze trad op met onder meer Janos Starker en was mede-oprichter van het Trio Kegelstatt, het Quatuor Claudel en het Trio à Cordes de Montréal. Als lid van het Wiener Nonett toerde ze Europa en Japan. Tim Brady componeerde voor haar een nieuw Altvioolconcert. Jutta Puchhammer-Sédillot is voorzitter van de Canadian Viola Society.

Melancholie voor vijf strijkers

Het eerste werk op dit bijzondere kamermuziekprogramma is van de Engelse componist Ralph Vaughan Williams (1872-1958). Hij was de belangrijkste locomotief van het Engelse muziekleven na Edward Elgar. Met zijn karakteristiek milde partituren vol oud volksliedgoed heeft hij Engeland een herkenbaar eigen geluid gegeven. Het Phantasy Quintet kwam op papier in 1912, kort nadat Vaughan Williams enige tijd bij Maurice Ravel in Parijs compositie had gestudeerd. Later sprak hij over die tijd als ‘een aanval van Franse koorts.’ Ook al schreef Vaughan Williams weinig kamermuziek, hij hield van strijkinstrumenten, zo is te horen in dit vierdelige strijkkwintet. De eerste altviool zet de nogal sombere toon van het werk, dat doet denken aan de eenzaamheid van het latere The Lark Ascending. In het energieke tweede deel, Scherzo, klinkt volksmuziek door, maar ook hier tonen van melancholie. In het derde deel (Alla Sarabanda: Lento) stroomt wat zoetheid in somberte binnen. De cello zwijgt. In de finale (Burlesca: Allegro moderato) is de cello de opgewekte sfeermaker. Dat heeft effect, behalve in het korte plechtige middengedeelte en het mysterieuze ingetogen einde.

Klinkende gedenkstenen

‘Epitaphs was een gezamenlijk opdracht van drie partijen en ging in première tijdens het Cheltenham Festival in 2010 in het Verenigd Koninkrijk. Ik zag in deze opdracht de kans om de uitgebreide mogelijkheden qua klank en weefsel van het ensemble van ‘strijkkwartet-plus-één’ te verkennen: het strijkkwintet. Dat was dezelfde bezetting die Mozart, Schubert en Brahms zo fascineerde, en die leidde tot enkele van hun mooiste en diepzinnigste werken uit de kamermuziek. Het stuk werd vooral bepaald door de bijzondere kleurveranderingen die ontstaan door het verdubbelen van de altvioolsectie, waarbij het paar altviolen vaak werkt als een tegenhanger van het gebruikelijke paar violen van het strijkkwartet.
Het componeren van dit werk bood me de gelegenheid om een eerbetoon te brengen aan verschillende personen, zowel persoonlijke vrienden als professionele collega’s, die in de jaren 2008 en 2009 in relatief korte tijd zijn overleden.
Ondanks de sombere toon van het onderwerp en het doel van het werk, is het de bedoeling dat deze reeks van vijf herdenkingsstukken evenzeer wordt beluisterd als een eerbetoon van persoonlijke kwaliteiten, eigenschappen en prestaties, omdat het ook een uitdrukking van verlies en bezinning is; bezinning op energieke vervulde levens, maar ook van levens die veel te kort waren, ‘afgeknipt.’

Dat schreef de Australische altviolist en componist Brett Dean in 2010 over zijn werk voor strijkkwintet Epitaphs (Gedenkstenen). Als altviolist verzorgde hij samen met het Australian String Quartet op 12 juli 2010 de première tijdens het Cheltenham Festival. Opdrachtgevers voor het werk waren het Australian String Quartet, La Jolla Music Society en het Santa Fe Chamber Music Festival. Dean heeft inmiddels vele prijzen gewonnen voor zijn orkest- en kamermuziekcomposities, waaronder in 2009 de Grawemeyer Award. Zijn muziek wordt wereldwijd uitgevoerd en gewaardeerd om de toegankelijkheid en uitdrukkingskracht en om zijn empathische kwaliteiten. Wanneer Brett Dean muziek componeert voor strijkers, weet hij wat hij doet: als altviolist was hij veertien jaar lid van de Berliner Philharmoniker. Dean laat zich graag inspireren door literatuur en beeldende kunst en buigt zich over actuele maatschappelijke kwesties die het onderwerp zijn van fervente discussies. En hij schrikt terug voor sterke emoties en toespelingen op de populaire cultuur.

Brett Dean lichtte de vijf delen van zijn Epitaphs als volgt toe:

I. Dorothy Porter, Australische dichter (1954-2008)
‘Snuif de lucht op. Test het weer. Ruik de storm van brandende veren; ruik de storm van onze laatste en laatste vlucht samen. De dag dat we gaan; De plaats waar we gaan; Alleen ik zal het weten; Alleen ik zal het weten.’
(Dorothy Porter, uit ‘The Bluebird of Death’, Melbourne, 2009)

II. Lyndal Holt, Australische advocaat, academicus en auteur (1962-2008)
‘Kanker dwingt ons om te herkennen wat belangrijk is in deze aardse wereld. En de meeste mensen geloven dat hun relaties er het meeste toe doen. Ik waardeer iedereen die bereid is mijn hand te pakken en een beetje met mij mee te lopen op mijn kankerreis. Soms moeten ze me vasthouden, vaak lachen we.’
(Lyndal Holt, uit een nieuwsbrief van het Cancer Support Centre – Jacaranda Lodge, Sydney Adventist Hospital, herfst 2007)

III. Jan Diesselhorst, cellist van de Berliner Philharmoniker, (1954-2008)
‘Onder zijn collega’s van de beroemde ‘12 cellisten’ stond hij respectvol en liefkozend bekend als ‘De Filosoof’: een hoogopgeleide humanist en grappa-kenner die nooit de muzikantenkamer van de Philharmonie binnenging zonder een beschaafd boek in zijn hand.’
(Uit de overlijdensadvertentie, Potsdamer Neueste Nachrichten, 7 februari 2009)

IV. Betty Freeman, Amerikaans kunstmecenas, filantroop en fotograaf (1921-2009) / György Ligeti, Hongaarse in Oostenrijk geboren componist (1923-2006)
‘Op het visitekaartje dat Betty Freeman me gaf toen we elkaar voor het eerst ontmoetten in 2000, verwees ze vertederd naar zichzelf als ‘Girl Photographer’. Graag zou ik in 1993 een vlieg aan de muur zijn geweest in Los Angeles, toen Betty György Ligeti fotografeerde, om hun fascinerende gesprekken af te luisteren, van twee zo nadrukkelijk niet-repressieve persoonlijkheden.

V. Richard Hickox, Britse dirigent en muzikaal leider (1948-2008)
‘Voormalig artistiek directeur van Opera Australië, 2005-2008. Richard zou de première van mijn eerste opera, ‘Bliss’, hebben uitgevoerd.’
Extase raakte me … ik gleed tussen de ruimtes in de lucht
En rook de dingen die leven en sterven in de valleien van het bos.
(Amanda Holden, uit het libretto voor ‘Bliss’.)

De orgelbank verlaten

Na jarenlange ervaring als organist in Linz en een fikse lijst van kerkmuziek achter de rug wilde Anton Bruckner zich omstreeks 1860 het terrein van de instrumentale muziek veroveren. Na lange studies contrapunt bij het Weense compositie-orakel Simon Sechter meldde Bruckner zich in 1861 opnieuw voor verdere studie bij Otto Kitzler, destijds kapelmeester van het Theater in Linz. De werken die hij bij Kitzler componeerde beschouwde hij als ‘schoolwerk’. Uit Bruckners kleine kamermuziekoeuvre werd zijn Strijkkwintet in F uit 1879 wel bekend, het werd geschreven op verzoek van de destijds beroemde Weense violist Joseph Hellmesberger. Er is wel eens beweerd dat als Bruckner alleen het langzame middendeel uit dit kwintet geschreven zou hebben, zijn roem voor eeuwig gevestigd zou zijn. De wereld van Beethovens late kwartetten is goed hoorbaar.

Het eerste deel is in een gematigd tempo en niet snel zoals gebruikelijker. Het plastische eerste thema is vol smachtende momenten en wordt royaal uitgewerkt, tot de intrede van het lyrische en stralende tweede thema. Het tweede deel is een scherzo vol syncopen (accenten tegen het ritme in) en melancholiek en peinzend van toon. Musicoloog Wilhelm Altmann vond terecht dat de muziek van het langzame deel, Adagio, de luisteraar rechtstreeks naar de hemel voert. De Finale is gebouwd op een staccato-motief (korte gestoten tonen) dat steunt op een orgelachtig fundament. Verderop treedt het lyrische tweede thema binnen, een echt stukje Oostenrijkse volksmuziek, en trekken er heerlijke variaties voorbij.

Clemens Romijn

volgend concert: dinsdag 11 december 2018
Ruysdael Kwartet speelt Adès, Bridge en Elgar