Kamermuziekvereeniging Rotterdam
20:15 – Jurriaanse Zaal – Concertgebouw de Doelen
19:30 – voorprogramma: Federico Altare (fluit) en Annette Rogers (piano)

Bennewitz Kwartet

Jakub Fišer (viool)
Štěpán Ježek (viool)
Jiří Pinkas (altviool)
Štěpán Doležal (cello)

Antonín Dvořák (1841-1904): Strijkkwartet nr.10 in Es opus 51 (1879)
Allegro ma non troppo
Dumka: Andante con moto
Romanza: Andante con moto
Finale: Allegro assai

Willem Wander van Nieuwkerk (1955): Super Suite (2015)
Suite in zeven delen voor klarinet en strijkkwartet
Voor het Bennewitz Kwartet en Harry-Imre Dijkstra
I. Super ‘Victimae’
II. Super ‘Mitten wir im Leben sind’
III. Super ‘Stella’
IV. Super ‘Spiritus’
V. Planctus super ‘Jusques à quand’ (Ps. 13)
VI. Super ‘Dies’
VII. Super ‘Pange, lingua’

pauze

Johannes Brahms (1833-1897): Klarinetkwintet in b opus 115 (1891)
Allegro
Adagio
Andantino-Presto non assai, ma con sentimento
Con moto-Un poco meno mosso

Bennewitz Kwartet

De spelers van het Tsjechische Bennewitz Kwartet vonden elkaar in 1998 aan de Academie voor Uitvoerende Kunsten in Praag. Ze vernoemden zich naar de Tsjechische violist Antonín Bennewitz (1833-1926). Het Bennewitz Kwartet studeerde van 2002 tot 2004 bij Rainer Schmidt van het Hagen Kwartett in Madrid en ze kregen tevens les van Walter Levin van het vroegere La Salle Quartet in Basel. Het kwartet won twee speciale prijzen op het ARD Wettbewerb in 2004, de eerste prijs op de International Chamber Music Competition in Osaka en in 2008 de eerste prijs op de Borciani Competitie in Italië. Het Bennewitz is vooral actief in het Tsjechische muziekleven, maar concerteert ook in Europa, de VS, Canada en Azië. Het repertoire van het kwartet reikt van fuga’s van Bach tot de klassieke canon en hedendaagse creaties met een accent op Tsjechische componisten als Olga Jezková en Slavomír Horinka. In 2012/2013 maakte na vijftien jaar primarius Jiři Nemeček plaats voor de concertmeester van de Praagse Filharmonie Jakub Fišer. Inmiddels waren er ook gezamenlijke optredens met onder meer Alexander Melnikov, Vadim Gluzman, Jean-Yves Thibaudet, Krzysztof Chorzelski, Danjulo Ishizaka en Pietro de Maria. Het inmiddels vertrouwde Bennewitz Kwartet was eerder te gast bij de Rotterdamse Kamermuziekvereeniging, in 2010 en 2014.

Harry-Imre Dijkstra, klarinet

De klarinettist Harry-Imre Dijkstra speelt, componeert, arrangeert, reist, legt graag uit en maakt zich sterk voor minder bekend en Oost-Europees repertoire. Hij studeerde aan de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten en bij Valery Bezroetshenko in St.Petersburg. Hij trad solo op met orkest, maakte met jeugdorkesten tournees naar Rusland en Hongarije. Met eigen ensembles gaf hij concerten in Europa en maakte opnames voor de Nederlandse en Tsjechische radio en de Hongaarse televisie. Ook was hij deelnemer én docent op het Orlando Festival. Prijzen won hij op het concours van Caltanissetta (Ensemble Contrasten, derde prijs) en het Internationale Muziekconcours in München (eerste prijs voor duo’s). Ook de eerste editie van de Amsterdamse Presentatieconcerten in 2004 schreef hij op zijn naam met het Bennewitz Kwartet. Voor De Concertzender maakte hij 440 programma’s over Tsjechische 20e-eeuwse muziek, onder meer over zijn geliefde componist Janáček.

Slavisch kwartet

De Boheemse componist Antonín Dvořák heeft zijn populariteit vooral te danken aan de kleurrijke Slavische werken uit de jaren 1870, zoals de Slavische dansen en Moravische duetten. Met zulke stukken, en geholpen door de enthousiaste aanbevelingen van Johannes Brahms, werd hij zelfs in heel Europa beroemd. Het was het tijdperk van het groeiende nationalisme, en authentiek nationaal cultuurgoed als volksmuziek en volksdansen deden het goed, ook bij muziekuitgevers. Voor Dvořák bood dat ook een kans aan de armoede te ontsnappen en ook meer te zijn dan de altviolist in een opera-orkest of in volkse strijkjes. Toen het destijds beroemde Florentijnse strijkkwartet hem vroeg om een Slavisch getint strijkkwartet, zegde de componist meteen toe. Het resultaat is het werk van vanavond. Natuurlijk is het stuk veel meer dan een echo van Boheemse of Slavische volksmuziek, want het komt duidelijk voort uit de Weense klassieke traditie van Schubert en Brahms. Het meest Slavische deel is het tweede, in de vorm van de Boheemse dans ‘dumka’, muziek in een gaande beweging met enkele uitbarstingen in het middengedeelte.

Een suite van vandaag

Het tweede werk op het programma is van Willem Wander van Nieuwkerk (*1955), een hedendaagse Nederlandse componist die graag bruggen slaat tussen verschillende stijlen als pop, punk, reggae, nieuwe muziek, oude muziek, klassieke vormen en Afrikaanse ritmes. Over het werk van vanavond schreef Willem Wander van Nieuwkerk:

‘De Super Suite ontstond geleidelijk tussen februari 2015 en september 2016. Het Tsjechische Bennewitz Kwartet en klarinettist Harry-Imre Dijkstra vroegen mij om een stuk bestaand uit zeven korte delen die, behalve in hun eigen vaste volgorde, ook los of in andere combinaties programmeerbaar zouden zijn. Bij dat mooie getal ‘7’ koos ik zelf het muzikale uitgangspunt: zangen uit de grote Westerse religieuze tradities. Elk stuk is gebaseerd op, of gefantaseerd ‘over’ een oude religieuze en liturgische melodie (vandaar ‘super’): een Gregoriaanse hymne (of het Protestantse evenbeeld ervan zoals met name Luther die prachtig wrochtte) of een oorspronkelijk vroeg-Protestants kerklied.
Mijn doel was daarbij geen ander dan te leren hoe uit die oude, muzikaal bezonken en met betekenis overladen vocale schoonheden nieuwe, instrumentale schoonheid te scheppen. Het is verleidelijk zulke melodieën, op grond van hun liturgische oorsprong en religieuze tekst, in gedachten te tooien met serene aureolen en de galm van kerken en kathedralen. Maar hun spiritualiteit (en de wereld van hun makers) bestond, en bestaat nog steeds, juist ook uit worsteling, woede, doodsangst en huiver, evenals uit begeerte, liefde en verlangen. Of humor daarbij hoort weet ik eigenlijk niet. Dansen hoorde er waarschijnlijk niet bij, en toch heb ik elk deel van deze ‘suite’ (oorspronkelijk immers een rij van gestileerde dansen) een eigen ‘dansgezicht’ gegeven, van passacaglia tot klezmer – om daarmee het geestelijk uitgangspunt zo dicht mogelijk te houden bij het aardse leven en zijn woelingen. Als u de oorspronkelijke zangen kent (en dus een goed Katholiek bent of Protestant, of gewoon een liefhebber): schrik niet. Terwijl mijn vinger liefdevol langs hun melodielijnen bewoog fantaseerde ik zeer vrij over hun onderlinge verbanden, en over wat misschien ligt in de diepten tussen de zeer tegengestelde beelden die zij in mijn fantasie opriepen.’

De melancholie van Brahms

Johannes Brahms was een harde werker. Maar hij genoot ook van zijn vakanties, zoals in befaamde kuuroord Bad Ischl, waar hij goed bevriend raakte met walsenkoning Johann Strauss. In het bergachtige Bad Ischl vloeide ook het vanavond gespeelde Klarinetkwintet uit zijn pen.

Het smartelijke gevoel van berusting dat in het Klarinetkwintet doorklinkt omschreef een tijdgenoot van Brahms als volgt: ‘Wij gevoelen met Brahms hoe hij peinzend terugziet op een leven rijk aan muzikale scheppingen, rijk ook aan liefde en aanhankelijkheid en dat hij niet zonder het smartelijke gevoel van “voorbij” zijn levensschip verder stuurt!’ Het werk is een typisch ‘late Brahms’, mild en melancholisch. De thema’s contrasteren niet scherp en de delen vertonen een onderlinge verwantschap, doordat motieven uit voorbije delen opnieuw de revue passeren. Het hele kwintet lijkt een meesterproef van variatiekunst. Zo is het laatste deel een rondo met vijf variaties, gebaseerd op een thema dat is ontleend aan de eerste vier maten van het eerste deel. Een zelfde band vergroot de saamhorigheid tussen het eerste deel en het Adagio. Het werk sluit af zoals het begon, beurtelings blijmoedig en nostalgisch, zonder felle en opstandige accenten.

Clemens Romijn


Om 19.30 uur een Voorconcert in de Jurriaanse Zaal met een programma dat een brug vormt naar het avondconcert.

Federico Altare (fluit) en Annette Rogers (piano)

Claude Debussy (1862-1918): ‘Syrinx, la Flute de Pan’ voor fluit solo (1913)

Claude Debussy (1862-1918): ‘Prelude a l’apres midi d’un faune’ (1894)
bewerkt voor fluit en piano door Gustave Samazeuilh

Francis Poulenc (1899-1963): Sonate voor fluit en piano (1957)

Federico Altare, geboren in Turijn, Italië in 1997, begon zijn fluitlessen bij Gregorio Tuninetti and Danilo Putrino. Later studeerde hij op het Conservatorium van Novara bij Gianni Biocotino. Sinds 2016 studeert hij op Codarts Rotterdam in de befaamde fluitklas van Juliette Hurel, Julie Moulin en Wim Steinmann.
Federico is een gepassioneerd fluitspeler en zijn werk zeer gevarieerd: solowerken (van barok tot hedendaags), een duo met pianiste Cecilia Apostolo, ensemblespel (Ketting Trio, Quartetto Ars Nova) en orkestwerk (NJO, RPhO, Orchestra Sinfonica Nazionale del Sistema Italia, Pequeñas Huellas International Orchestra).
Als kamermusicus trad hij op in zalen als De Doelen, Muziekgebouw Eindhoven, Concertgebouw Amsterdam, Auditorium Giuseppe Verdi (Turijn) en het Auditorium Fratelli Olivieri (Novara).
Federico heeft een druk jaar achter de rug; naast zijn fluitstudie en het geven van concerten doet hij regelmatig, en met groot succes, mee aan audities en competities. Zo won hij in één jaar een soloplek in het Nederlands Jeugd Orkest, werd hij geselecteerd als finalist voor het Internationale Grachtenfestival Concours 2019, won hij de ‘Prix d’Harmonie’ auditie en werd hij aangenomen bij de ‘RPhO Academy’.
Tussendoor trad hij veel op met zijn Ketting Trio (o.a. in de Finale van de Grote Kamermuziek Prijs 2018 en in de serie YoungStars van ChambeR 2018 van het RPhO) en gaf hij ook nog enkele soloconcerten, o.a. ‘Suite en Concert’ van Andre Jolivet voor fluit en percussie-ensemble, Juriaanse Zaal de Doelen). Federico zoekt altijd naar verdieping, zowel in contextuele zin als in zijn verbinding met mede-musici en publiek.
Het voorconcert van vanavond is voor Federico een try out voor de Finale van het Nationale Grachtenfestival Concours 2019. Die vindt plaats op 10 februari aanstaande. Wilt u erbij zijn? www.grachtenfestival.nl

Annette Rogers, afkomstig uit Engeland, woont in Nederland sinds 1976. Zij studeerde piano aan het Koninklijk Conservatorium en aan het Rotterdams Conservatorium en later zang aan het Utrechts en het Rotterdams Conservatorium.
In 1990 werd zij aangesteld als correpetitor bij Codarts voor de saxofoon- en vioolklassen. Kort daarna werd deze functie uitgebreid met de zangafdeling waar Annette nog altijd werkzaam is. Sinds 2011 is ze pianiste voor de fluitklas van Juliette Hurel, Julie Moulin en Wim Steinmann.
Vanwege haar eigen activiteiten als professionele zangeres heeft Annette een bijzondere belangstelling voor de samenwerking tussen zangers en pianisten. Zij coacht, samen met haar collega Maarten Hillenius, en met veel plezier, zang/piano duo’s op Codarts waar het begeleiden van zangers sinds kort is opgenomen in het curriculum van pianisten die de Bacheloropleiding volgen.


volgend concert: dinsdag 12 februari 2019, 20.15 uur
Pianokwartet Corneille speelt Mozart, Brahms, Strauss

In het voorprogramma kunt u om 19.30 uur luisteren naar een optreden van studenten van het Codarts