dinsdag 20 januari 2026: Storioni Trio

Kamermuziekvereeniging Rotterdam, Jurriaanse Zaal
dinsdag 20 januari 2026, 20.15 uur
om 19:30 voorconcert door studenten van Codarts

Storioni Trio
Bart van de Roer, piano
Wouter Vossen, viool
Marc Vossen, cello


Joseph Haydn (1732-1809): Pianotrio in Es Hob. XV 29 (1797)
Poco allegretto
Andante innocentemente
Presto assai ‘Allemande’

Rebecca Clarke (1886-1979): Pianotrio in es (1921)
Moderato ma appassionato
Andante molto semplice
Allegro vigoroso

pauze

Franz Schubert (1797 – 1828): Pianotrio in Es, D. 929, opus 100 (1827)
Allegro
Andante con moto
Scherzando: Allegro moderato
Allegro moderato

In de pauze en na het concert zijn cd’s van het Storioni Trio te koop.


Storioni Trio dertig jaar
Het wereldwijd bejubelde Storioni Trio werd opgericht in 1995 en ontleent zijn naam aan de door Laurentius Storioni gebouwde viool (1794) die door Wouter Vossen wordt bespeeld. In de beginjaren werkten de drie musici intensief samen met het Vermeer kwartet, de violist Isaac Stern, cellist Mstislav Rostropovitsj en met Menahem Pressler, de pianist van het roemruchte Beaux Arts Trio. Het winnen van de ‘Kersjes Prijs’ in 2000 droeg bij aan een vliegende start.
Dit seizoen viert het ensemble zijn 30-jarig jubileum. In die tijd heeft het ensemble een geheel eigen geluid en kleur gevonden. Hun drijfveer is om een breed publiek te laten genieten van die levende muziek, vanuit de overtuiging dat je met muziek grenzen kunt overbruggen. Het Storioni Trio vindt het sociale aspect van de muziekbeleving essentieel. Samen met het publiek geniet het trio van de interactie die in maar ook buiten de concertzaal plaatsvindt. Het trio speelt steeds vaker in unieke ruimtes en op ongewone locaties om samen met het publiek op ontdekkingsreis te gaan.
Het repertoire van het Storioni Trio is breed en omvat werken variërend van klassiek tot hedendaags, van Haydn tot Aho. Beethoven heeft een speciale plek in het hart van de trioleden: ‘Hij daagt ons uit om steeds weer te herontdekken waar zijn muziek over gaat en waar onze persoonlijke grenzen liggen.’ Het drietal heeft meerdere keren de complete pianotrio’s van Beethoven als cyclus uitgevoerd, op zowel authentieke als moderne instrumenten.


Haydn en de Engelse markt
Joseph Haydn had zijn leven lang een zwak voor het genre van het klaviertrio, de meest populaire soort kamermuziek na het strijkkwartet. Het klaviertrio (later: pianotrio) was geliefd en fel begeerd in privé-kringen van musicerende amateurs. Haydn en zijn uitgevers verdienden er een goede boterham aan. Bestemd voor de Engelse markt was Haydns laatste Pianotrio nr. 45 in Es, Hob.XV:29. Net als de laatste drie pianosonates droeg Haydn het stuk op aan de begaafde pianiste Therese Jansen. Zij moet werkelijk een voortreffelijk pianiste zijn geweest, want de heerlijke pianopartij van dit trio staat bol van de fantasie en de speciale kleureffecten en is vol virtuoze lopen, akkoordwerk en octaven. Haydn trakteert regelmatig op gewaagde harmonische wendingen en lijkt een geheime tunnel naar de romantiek te boren. Na het fascinerende eerste deel met variaties, volgt een zangerig Andante dat ook bestaat in een versie voor zangstem en klavier. Het gaat attacca over in de wervelende finale, een wonderlijk mengsel van een Beethoven-achtig scherzo en een sonatevorm.


Gered uit de vergetelheid
De kans is groot dat maar weinig luisteraars het volgende stuk ooit gehoord hebben, het Pianotrio uit 1921 van Rebecca Clarke (1886-1979). Zij was een tijdgenoot van Ravel, Stravinsky en Bartók, en de dochter van een Amerikaanse vader en een Duitse moeder. Ze groeide op in Engeland, studeerde eerst viool, en werd toen de eerste vrouwelijke compositieleerling van Charles Stanford in Londen. Als altvioliste speelde ze als enige vrouw in het Queen’s Hall Orchestra onder dirigent Henry Wood. Ze voorzag in haar onderhoud door talrijke concertoptredens in Engeland en de VS, waar ze laatste veertig jaar van haar leven doorbracht. Ze was bevriend met Vaughan Williams en Gustav Holst en trad op met grootheden als Myra Hess, Pablo Casals, Arthur Rubinstein, Jacques Thibaud, Percy Grainger, Jascha Heifetz, Bronislaw Hubermann, Arthur Schnabel, Joseph Szigeti en Jelly d’Aranyi. Daardoor komt het dat in Rebecca Clarkes oeuvre kamermuziek het grootste deel uitmaakt.

Met haar boeiende Pianotrio won Rebecca Clarke de tweede prijs (na Ernest Bloch) bij de compositiewedstrijd gesponsord door Elizabeth Sprague Coolidge in New York in 1921. Het trio heeft een klassieke bouw in drie delen, die door een steeds terugkerend motto een cyclisch geheel vormen. Het lijkt erop dat de tragische gebeurtenissen van de Eerste Wereldoorlog Clarke hadden weggedreven van de Romantiek, naar modernere klanken. Hier lijken eerder Debussy en Ravel haar voorbeelden geweest te zijn. Een echt Engelse sfeer hangt boven het laatste deel, dat een levendige Engelse volksdans combineert met diverse gedaanten van het centrale motto.


Briljante verlovingsmuziek
De vele muziek die wij nu kennen van Franz Schubert was in Wenen destijds zo goed als onbekend. Ze klonk in een kleine kring van trouwe vrienden en familieleden en werd daar enthousiast ontvangen. Schubert zelf vormde meestal het middelpunt achter de vleugel. Jurist Josef von Spaun was Schuberts oudste vriend en schoolkameraad. Toen Spaun zich verloofde, kwam Schubert met zijn Tweede pianotrio in Es opus 100 voor de dag en liet het uitvoeren bij Spauns verlovingsfeest in januari 1828.
Het was een van de laatste composities die Schubert voltooide, in november 1827, en ook een van de weinige van zijn late werken die hij voor zijn dood nog hoorde uitvoeren. Op Spauns verlovingsfeest waren de musici pianist Carl Maria von Bocklet, violist Ignaz Schuppanzigh en cellist Josef Linke. Net als het andere Pianotrio opus 99 van Schubert is dit werk met zijn bijna vijftig minuten speelduur langer dan de meeste pianotrio’s van die tijd. Het lijkt erop dat Schubert acht maanden na de dood van zijn bewonderde en gevreesde stadgenoot Ludwig van Beethoven met een werk van belang voor de dag wilde komen. Het Pianotrio in Es opus 100 neemt dan ook een speciale plaats in in zijn oeuvre, en is duidelijk door Beethoven beïnvloed. Het stond niet alleen op het programma van het enige openbare concert met Schuberts muziek tijdens zijn leven, het was ook de eerste compositie van hem die werd gepubliceerd door een buitenlandse uitgever, Probst in Leipzig. De publicatie werd vertraagd en toen de exemplaren die Schubert had aangevraagd eindelijk arriveerden, was de componist al dood.
Het eerste deel trekt onmiddellijk de aandacht met zijn eerste dramatisch getinte thema, verderop afgelost door een lyrisch tweede thema in de cello. De twee thema’s komen tot avontuurlijke ontwikkelingen in ver verwijderde toonsoorten. De melodie van het langzame tweede deel in c-klein was zoals Schuberts kameraad Leopold von Sonnleithner later rapporteerde een Zweeds volkslied, getiteld ‘Se solen sjunker’ (De zon is onder). In het levendige Scherzo speelt zich naar het voorbeeld van Haydn een canon af tussen viool, cello en piano. Het slotdeel wordt ingeleid door een verleidelijk dansante melodie in de piano. Te midden van de kleurrijke ontwikkelingen klinken regelmatig echo’s van de melodie van het langzame deel. Natuurlijk mondt deze bijzondere verlovingsmuziek uit in een briljante afsluiting.

Clemens Romijn


volgend concert: Donderdag (!) 2 april 2026
Dudok Quartet & Pieter Wispelwey spelen Dowland, Bruckner en Schubert