Kamermuziekvereeniging Rotterdam
de Doelen Jurriaanse Zaal
dinsdag 9 juni 2026, 20.15 uur
Leonkoro Kwartet
Jonathan Schwarz, viool
Amelie Wallner, viool
Mayu Konoe, altviool
Lukas Schwarz, cello
Henriëtte Bosmans (1895-1952): Strijkkwartet (1927)
Allegro molto moderato
Lento
Allegro molto
Felix Mendelssohn (1809–1847): Strijkkwartet nr. 2 in a opus 13 (1827)
Adagio – Allegro vivace
Adagio non lento
Intermezzo
Presto-Adagio non lento
pauze
Franz Schubert (1797-1828): Strijkkwartet nr. 14 in d D810 ‘Der Tod und das Mädchen’ (1824-1826)
Allegro
Andante
Scherzo: Allegro molto
Presto
Leonkoro Kwartet
Wie naar een strijkkwartet luistert heeft grote kans een winnaar te horen van de Bordeaux International String Quartet Competition. Zo was de winnaar in 2022 het Leonkoro Kwartet, dat hier een programma brengt uit twee eeuwen. Het in 2019 in Berlijn opgerichte kwartet noemde zich Leonkoro, Leeuwenhart in het Esperanto, en zinspeelt zo op het kinderboek van Astrid Lindgren over twee broers, met thema’s van sterven en troost, waaraan ook dit strijkkwartet zich met zijn muziek wijdt. Het kwartet werd in 2022 geëerd met de Jürgen Ponto Foundation Muziekprijs, de 1e prijs op de International String Quartet Competition van de Wigmore Hall Londen en de 1e prijs, de Publieksprijs Prijs voor Jong Publiek. Van 2022 tot 2024 maakte het kwartet deel uit van het BBC Radio 3 New Generation Artists programma. Naast kamermuziekstudie bij Heime Müller aan de Musikhochschule Lübeck, studeerde het kwartet vanaf 2020 bij Günter Pichler (Primarius Alban Berg Kwartet) aan het Kamermuziekinstituut van de Escuela Superior de Música Reina Sofía Madrid. Het Leonkoro Kwartet werd intensief begeleid door leden van het Artemis Kwartet van de Berlijnse Universiteit voor de Kunsten.
Een groot talent uit de hoofdstad
Het programma opent met muziek van de Amsterdamse componiste Henriëtte Bosmans (1895-1952). Zij was de dochter van Henri Bosmans, tot 1896 solocellist van het Concertgebouw Orkest, en Sara Benedicts, pianodocente aan het Amsterdams conservatorium en ook Henriëttes lerares. Henriëttes vader had nog met Edvard Grieg diens Cellosonate uitgevoerd en haar moeder had met Johannes Brahms vierhandig piano gespeeld. Toen haar vader amper veertig oud overleed aan tbc liet Henriëtte zijn cello midden in haar kamer staan. Wie weet componeerde ze daarom zo graag voor cello? Naast optredens als pianiste componeerde Henriëtte Bosmans aanvankelijk in romantische stijl, totdat ze die achter zich liet onder invloed van Willem Pijper, enige jaren haar leraar, van 1927 tot 1930, en later haar buurman in Amsterdam en tot Pijpers dood in 1947 een goede vriend. Dat Henriëtte Bosmans zich openstelde voor de Franse muziek van Debussy en Ravel is zeker aan Willem Pijper te danken, en is goed te horen in het hier gespeelde wondermooie driedelige Strijkkwartet uit 1927. Opvallend zijn de magnifieke vormbeheersing en het instrumentale vakmanschap, als van een volleerd meester van het Franse impressionisme. Het eerste deel heeft een enigszins exotische sfeer, en in het levendige laatste deel worden verschillende ritmes tegen elkaar gespeeld, zoals meer componisten destijds deden, onder wie Willem Pijper, Arthur Honegger en Darius Milhaud.
Bejubeld en verguisd
Bij de dood van Felix Mendelssohn in 1847 rouwde men in Duitsland unaniem om het verlies van de grootste componist van die tijd. Later in de eeuw verslapte de interesse in zijn muziek, met name in zijn eigen land. Men vond hem te weinig dramatisch en meeslepend, te vormelijk, zoetig en burgerlijk. Mendelssohns tijdgenoot Berlioz vond hem een soort dwerg na de reus Beethoven. Enkele jaren later verscheen Richard Wagners walgelijke aanval op Mendelssohn (en anderen) in zijn boekje Das Judentum in der Musik. Tot de Eerste Wereldoorlog bleef Mendelssohns muziek vooral in Engeland populair. In nazi-Duitsland en in de bezette gebieden als Nederland kwam hij terecht op de lijst van verboden componisten. Zijn muziek mocht nergens klinken, zijn partituren werden verbrand en zijn standbeeld in Leipzig neergehaald. Niet om de noten, maar omdat hij jood was. Inmiddels wordt Mendelssohns muziek alweer decennia wereldwijd uitgevoerd. En niet alleen het beroemde Vioolconcert, de Italiaanse Symfonie of de Ouverture Ein Sommernachtstraum. Want die behoren allang weer tot de meest uitgevoerde orkestwerken uit de westerse muziekhistorie. Nee, ook zijn kamermuziek, het beroemde Octet, zijn pianotrio’s en strijkkwartetten. Kamermuziek maakt een aanzienlijk deel uit van Mendelssohns oeuvre, van vroege jeugdwerken voor blazers en piano, negen strijkkwartetten, pianotrio’s en pianokwartetten, tot de veel gespeelde twee pianotrio’s uit zijn latere jaren.
Twee jaar voor de uitvoering van de Matthäus-Passion schreef Mendelssohn zijn Strijkkwartet nr. 2 in a opus 13, namelijk tussen juli en oktober 1827, het jaar van overlijden van Beethoven. Mendelssohn bestudeerde Beethovens late kwartetten zorgvuldig en stak er veel van op qua compositietechniek, motiefbouw en vormconstructie. Het Strijkkwartet opus 13 is een cyclisch werk, gebouwd op het motief van de inleiding, dat weer terug gaat naar zijn eigen lied Ist es wahr? Er zijn getuigenverslagen van uitvoeringen van dit kwartet in privé kringen waarbij als inleiding eerst dit lied gezongen werd. Opvallend is de verwantschap tussen het lied en Beethovens Sonate ‘Les Adieux’ opus 81. Onderzoekers hebben verder gewezen op verwantschap met het tweede deel van Beethovens Strijkkwartet opus 95 ‘Serioso’, de Cavatina uit opus 130 en de onbeteugelde hartstocht uit het Strijkkwartet opus 132.
Het meisje en De Dood
Het Strijkkwartet in d ‘Der Tod und das Mädchen’ D.810 behoort nu samen met het Forellenkwintet tot de beroemdste en populairste werken van Franz Schubert. Was het Forellenkwintet in Schuberts tijd zijn eerste kamermuziekwerk dat algemene bijval kreeg, het Strijkkwartet ‘Der Tod und das Mädchen’ riep aanvankelijk gemengde reacties op. Franz Lachner, die sinds 1822 tot Schuberts vriendenkring behoorde, schreef in zijn Herinneringen aan Schubert en Beethoven in 1881 over dit werk: ‘Dit Kwartet, dat tegenwoordig de hele wereld in verrukking brengt en tot de grootste prestaties in het genre telt, kreeg bepaald geen unanieme bijval. De eerste violist, Ignaz Schuppanzigh, die weliswaar vanwege zijn hoge leeftijd niet meer tegen zijn taak was opgewassen, opperde na het doorspelen tegen de componist: “Broertje, dit is niets, laat het achterwege en hou je bij je liederen”, waarop Schubert de muziekbladen stilletjes bijelkaar raapte en ze voor eeuwig in zijn bureau opsloot.’ Het Strijkkwartet ‘Der Tod und das Mädchen’ dankt zijn naam aan het Andante, een reeks van vijf variaties over het gelijknamige lied dat Schubert in 1817 schreef op een tekst van Matthias Claudius. In het lied weerklinken de hevige doodsangst van een jong meisje en haar wanhopige smeekbeden tot Magere Hein om haar te laten gaan. De Dood, die zich voordoet als een goedaardige vriend, probeert haar gerust te stellen: ‘Sei guten Muts. Ich bin nicht wild, sollst sanft in meinen Armen schlafen’.
Clemens Romijn
volgend concert: zondag (!) 27 september 2026, 12 uur
Van Baerle Trio speelt Schumann/Kirchner & Brahms