Kamermuziekvereeniging Rotterdam, Jurriaanse Zaal
donderdag 2 april 2026, 20.15 uur
19:30 voorconcert: Codarts Cello Octet met werken van Bruckner, Dvorak, Ravel & Carissimi
Dudok Quartet
Judith van Driel, viool
Marleen Wester, viool
Marie-Louise de Jong, altviool
David Faber, cello
& Pieter Wispelwey, cello
Jean-Philippe Rameau (1683-1764): Entrée de Polymnie uit Les Boréades (1763)
John Dowland (1563-1626): uit Lachrimae or Seven Teares à 5 (1604)
(transcriptie: Dudok Quartet)
1. Lachrimae Antiquae
10. Mr. Giles Hoby his Galiard
15. Semper Dowland semper Dolens
18. Mr. Bucton his Galiard
Anton Bruckner (1824-1886): Adagio uit Strijkkwintet in F (1879)
pauze
Franz Schubert (1797-1828): Strijkkwintet in C opus 163 / D956 (1828)
Allegro ma non troppo
Adagio
Scherzo: Presto. Trio: Andante sostenuto
Finale: Allegretto
Dudok Quartet
Het Dudok Quartet ontving in 2018, als eerste Nederlandse ensemble ooit, de Borletti-Buitoni Trust Award. Na studies bij het Alban Berg Quartett in Keulen studeerde het kwartet in 2013 met de hoogste onderscheiding af aan de Nederlandse Strijkkwartet Academie bij Marc Danel. In 2014 ontving het kwartet de Kersjes Prijs, de hoogste Nederlandse prijs voor een kamermuziekensemble. Het Dudok Quartet Amsterdam is regelmatig te gast in onder meer het Concertgebouw en het Muziekgebouw in Amsterdam, in zalen door heel Europa, en maakte in januari 2018 zijn debuut in de VS en in 2024 in Australië. Het lopende seizoen vermeldt samenwerkingen met pianist Hannes Minnaar en sopraan Claire Booth, een tournee door de VS en optredens met cellist Pieter Wispelwey in Engeland en Nederland. Het kwartet werkte voor compositieopdrachten samen met o.m. Joey Roukens, Max Knigge, Theo Loevendie, Peter Vigh en Kaija Saariaho. Samenwerkingen waren en zijn er met Pieter Wispelwey, Hannes Minnaar, Olga Pashchenko, Lilli Maijala, Erik Bosgraaf en Annelien van Wauwe. In 2021 bracht het kwartet een cd uit met de strijkkwartetten van Brahms gespeeld op darmsnaren, daarna een met muziek van Sjostakovitsj en Bacewicz, een met Reich, Roukens en Messiaen, een met Tsjaikovski, en een met Sjostakovitsj en Saariaho. Het kwartet is vernoemd naar de Nederlandse architect Willem Marinus Dudok (1884 – 1974), een groot muziekliefhebber. ‘Meer dan aan alle bouwkunstenaars heb ik aan de componisten te danken’, schreef hij. ‘Ik voel diep de gemeenschappelijke basis van de muziek en de architectuur: ze ontlenen immers beide haar waarde aan de juiste maatverhoudingen.’
Pieter Wispelwey
Pieter Wispelwey is evenzeer thuis op de moderne cello als op de barokcello, met een repertoire dat uiteenloopt van Bach tot Schnittke, Elliott Carter en speciaal voor hem geschreven composities. Hij studeerde bij Dicky Boeke en Anner Bijlsma in Amsterdam, bij Paul Katz in de Verenigde Staten en William Pleeth in Groot-Brittannië. Pieter Wispelwey soleerde bij de meest vooraanstaande orkesten en dirigenten ter wereld, maar ook met recitals heeft hij wereldwijd naam gemaakt als charismatisch artiest. Zijn uitvoeringen van de complete cellosuites van Bach op één avond hebben grote lof geoogst in heel Europa, Noord- en Zuid-Amerika, Azië en Australië. Zijn discografie omvat meer dan zestig titels, waarvan vele bekroond zijn met belangrijke internationale prijzen. Van de belangrijkste werken van Bach, Beethoven, Schubert, Britten, Kodály, Dvorák en Tsjaikovski maakte hij meerdere opnamen.
Opkomst van een muze
Dit concert opent met een fragment uit de zwanenzang van de Franse barokcomponist Jean-Philippe Rameau, Les Boréades, een opera naar een verhaal uit de Griekse mythologie. Aan het begin van de vierde akte klinkt een van de mooiste melodieën die Rameau een jaar voor zijn dood uit zijn pen liet vloeien. Dat is bij de betoverende opkomst van Polyhymnia, de muze van de gewijde muziek en dans.
De melancholie van John Dowland
Dit concert opent met een van de meest geliefde muziekstukken van omstreeks 1600, de
Pavana Lachrimae, van de beroemde Engelse luitist John Dowland. Hij leidde een zwervend bestaan tussen Engeland, Frankrijk, Denemarken en opnieuw Engeland. Zijn talloze beroemde luitwerken en liederen circuleerden in heel Europa, zelfs tot in Oekraïne. Pavana lachrimae is een langzaam droevig stuk, dat perfect de modieuze stemming van toen weergeeft, de melancholie, en vaak werd bewerkt. Vanavond klinkt een versie van het Dudok Quartet.
De hemel van Anton Bruckner
Er is wel eens beweerd dat als Anton Bruckner alleen het langzame middendeel uit zijn Strijkkwintet geschreven zou hebben, zijn roem voor eeuwig gevestigd zou zijn. Het werk ontstond in 1879 op verzoek van de destijds beroemde Weense violist Joseph Hellmesberger. Net als bij de strijkkwartetten van Felix Mendelssohn is hier ook de wereld van Beethovens late kwartetten hoorbaar. Musicoloog Wilhelm Altmann vond terecht dat de muziek van het langzame deel, Adagio, de luisteraar rechtstreeks naar de hemel voert.
Een tragische kathedraal van tonen
‘De rijkste en meest productieve achttien maanden uit de muziekhistorie’, zo noemde de Engelse componist Benjamin Britten de periode van de laatste levensjaren van Franz Schubert, waarin naast Die Winterreise ook het magistrale Strijkkwintet in C het licht zag. Deze machtige vijftig minuten zijn geen muziek van een man die weet dat hij bijna op zijn eenendertigste zal sterven, maar getuigen van een haast vulkanische ambitie, vergelijkbaar met die van Beethoven. Opvallend is Schuberts keuze voor een tweede cello, net als Boccherini had gedaan, en in tegenstelling tot Mozart en Beethoven die voor hun kwintetten een tweede altviool inzetten. Hoewel de opzet van het kwintet in vier delen geheel volgens het klassieke boekje van Schuberts tijd is, is aan de twee eerste delen meteen te horen dat ze grootse plannen hebben. Langzaam ontvouwen ze zich tot een grote structuur, vergelijkbaar met de latere symfonische kathedralen van Anton Bruckner die destijds nog maar vier jaar was.
Het Strijkkwintet, gecomponeerd in september en oktober 1828, was Schuberts instrumentale zwanenzang. Want een maand later, op 19 november, had hij voortdurende ijlkoortsen en overleed hij ‘s middags om drie uur. De oorzaak was zo goed als zeker een bacteriële infectie van buiktyfus. Twee dagen later, op 21 november, werd Schubert ‘bij slecht weer en onder betrekkelijk grote belangstelling’ begraven, gehuld in een monnikspij en een lauwerkrans rond het hoofd.
Na het extreem lange openingsdeel leverde Schubert met het sublieme tweede deel een van zijn zeldzame Adagio’s af: een kwartier met een bijna onwereldse rust, alleen onderbroken door de enorme turbulentie van het middengedeelte. Dan barst in het derde deel een van Schuberts snelste scherzi los, dat door de dubbelgrepen in de lage strijkers zoveel symfonische potentie kweekt dat het genre van de kamermuziek gaat knellen. Maar ook hier zijn de contrasten extreem: het middengedeelte is een langzame onaardse mars die aan Mahler doet denken. De uitgelaten Finale is gebouwd als die van Mozarts Strijkkwintet in C in een mix van sonate en rondovorm en is het kortste van de vier delen. Hier hangt een Hongaarse sfeer over de dansante muziek waarin Schubert zijn zo typerende clair-obscur-techniek spannend uitspeelt. Zoals in alle vier delen is ook hier dat onheilspellende slotakkoord dat met zijn Napelse sext aandoet als een doodsgrijns. Pas daarna is er de berusting van serene harmonie.
Clemens Romijn
Voorprogramma om 19:30:
Codarts Cello Octet met werken van Bruckner, Dvorak, Ravel & Carissimi.
Lucía Pérez
Pedro Oliveira
Carolina Mendes
Sarah Maas
Laura Torres
Beatriz Costa
André Siroruca
Joan Fidols
Programma
Anton Bruckner (1824-1896): Locus Iste, WAB 23, 1869
Antonin Dvorak (1841-1904): Slavische dans in e klein, op.72 nr.2 , 1886
Maurice Ravel (1875-1937): Pavane pour infante défunte in G groot, 1899
Giacomo Carissimi (1605-1674): Plorate, filii Israel (uit de opera “Jephte”), 1648
volgend concert: Donderdag 21 mei 2026
Berlage Saxophone Quartet m.m.v. Vincent Bijloo met werken van Bach, Debussy, Schulhoff & Roukens